Reisverslag

Onze reis van Sumatra, Java en Bali begon op 28 augustus 2005.

Met Singapore Airlines vanuit Amsterdam naar Singapore, dit duurde ruim 12 uur.

Op Singapore Airport hebben we een klein uurtje moeten wachten op ons vliegtuig van Silk Air voor het laatste stukje van de vliegreis naar Medan.

De vlucht naar Medan duurde een uur, dus na ruim 14 uur kwamen we aan op het beginpunt van de reis.

Na de aankomst op het vliegveld van Medan stond onze gids Zufnal ons al op te wachten.

Hij zou met ons de reis van Medan naar Bukittinggi maken dwars door Sumatra.

In een grote Toyota jeep verlieten we de omgeving van het vliegveld van Medan.

Dag 1. Medan – Bohorok (108 km)

In Medan zijn we naar de Grote Moskee, het Maimunpaleis van de sultan van Deli en een Chinese tempel geweest.

Langs de kant van de weg zijn we bij een klein overdekt restaurantje wat gaan eten.

Alles wordt daar in 1 wok klaar gemaakt, dus echt hygiënisch zoals in Nederland is het niet.

We hadden gekozen voor fried noodles met gado gado. Achteraf smaakte het eten erg goed.

Na een zeer hobbelige rit van ongeveer een uur, de weg was grotendeels versleten door overstromingen, kwamen we aan bij het eerste hotel: Bukit Lawang Cottage.

Dit is een hotel wat een aantal jaar geleden door overstromingen van de rivier volledig was verwoest en nu aan de andere kant van de rivier opnieuw is opgebouwd.

Het hotel ligt midden in de rimboe en is heel primitief. De badkamer is in de openlucht, er is alleen elektriciteit van 6 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s ochtends en van 9 uur ’s avonds tot 10 uur ’s avonds. Er staat wel een toiletpot, maar die is niet aangesloten op een riool, want dat kennen ze niet. Dus met een emmertje met water spoelen maar!

Als avondeten hebben we een kleine rijsttafel gekozen. Het kost bijna niks (ongeveer 5 euro inclusief drank) en is heerlijk.

Helaas is in de rimboe de regen is grote mate aanwezig. Ook deze avond.

De hele nacht heeft het gestormd en heel hard geregend, dus veel slapen is er niet van gekomen in deze nieuwe omgeving.

Dag 2. Bohorok

De wekker ging deze ochtend om 6 uur lokale tijd!

Met een goed ontbijt van toast, roerei en jam achter de kiezen begon onze avontuurlijke tocht naar de jungle.

Met een zeer kleine kano moesten we de rivier oversteken om de jungle te bereiken.

Allereerst kwamen we 2 orang oetans tegen die in gevangenschap werden gehouden om ze te verzorgen en uiteindelijk in het reservaat uit te zetten.

Na een kleine wandeling door de jungle kwamen we aan bij de voederplaats van de orang oetans.

Een vijftal semi-wilde orang oetans komt daar iedere dag voor melk en bananen. Dit doen ze uit vrije wil, want ze kunnen ook zelf eten in de jungle zoeken.

Het was een geweldige ervaring om zo dicht bij deze wilde apen te zijn en deze in alle rust te kunnen bewonderen in hun eigen omgeving.

De ervaring was helemaal compleet toen er een moeder orang oetan kwam eten samen met haar twee jarige baby.

Na het voeren ging de trektocht diep de jungle in.

Het was heel erg warm en erg vochtig en op sommige stukken ook erg zwaar met steile afdalingen en overal waar je maar kijken kunt wildernis.

Gelukkig hadden we 4 lokale gidsen bij ons dus met z’n zessen trokken we door de jungle.

Regelmatig werd er gestopt om uitleg te geven over de natuur en wat er allemaal te zien was. De gidsen hadden fruit voor ons meegenomen: bananen, mandarijnen en een zoete vrucht die op de lychee lijkt.

Na een tocht van ongeveer 1 ½ uur kwamen we in het wild een andere orang oetan moeder tegen met haar jong. Ze zat hoog in de bomen en bleef ons de hele tijd in de gaten houden.

Hoog in de bergen kregen we onze lunch aangeboden: koude nasi goreng. Verpakt in bruin papier en dat moesten we met de handen eten. Erg lekker was het niet, maar wel voedzaam om de trektocht verder af te kunnen leggen.

In de jungle leven ook veel andere dieren zoals diverse soorten apen (waaronder veel makaken), pauwen en er zijn zelfs tijgers gezien.

Toen we bij een klein riviertje aankwamen werden we verrast door een bloedzuiger op mijn been. En die blijven graag zitten waar ze zitten, dus die wilde niet graag van mijn been af.

Gelukkig kregen we hem los, maar dan is het probleem nog niet opgelost. Je been blijft maar bloeden en stopt enkel als er tabak op wordt gelegd.

Gelukkig roken de mannen in Indonesië veel, dus die hadden genoeg tabak bij zich.

Toen we uit de jungle waren, liepen we door een rubberplantage en een mandarijnenveld.

Na een hele dag door de jungle te hebben getrokken, waren we behoorlijk moe en hebben terug in het hotel even een dutje gedaan.

Als avondeten weer een heerlijke rijsttafel op met kip en gado gado.

Dag 3. Bohorok – Medan – Berastagi – Samosir (292 km)

Deze ochtend zijn we vanuit het primitieve Bukit Lawang terug gereden naar Medan.

Onderweg zijn we gestopt bij een palmolie plantage; hier vandaan komt de palmolive.

In Medan hebben we een bezoek gebracht aan een krokodillenfarm.

Heel klein en somber zag het eruit en de krokodillen zaten in hele kleine stenen bakken met heel veel samen.

Er zaten ook apen, slangen, zwijnen en honden.

Allemaal in veelste kleine kooien en heel slecht verzorgt.

We waren blij dat we er snel weer weg gingen, want dit wil je dus echt niet zien en zou verboden moeten worden.

Voor een mooie panorama foto zijn we bovenin de bergen gestopt op een plek voor een prachtig uitzicht op het blauwgroene Tobameer met het eiland Samosir en de waterval van Sipiso-Piso.

Na een korte rit kwamen we aan bij een batik dorp met long houses. Dit is een erg indrukwekkend dorpje met hele grote huizen, allen gebouwd op palen.

Uiteindelijk waren we in het plaatsje Prapat waar we de boot namen naar het eiland Samosir.

Op dit eiland in Tuk Tuk staat ons volgende hotel: Silintong Hotel, waar we de komende twee dagen zullen verblijven.

Dit hotel is gelukkig een stuk minder primitief en we hebben ook een gewoon toilet.

Dag 4. Samosir

Vandaag een dag op het eiland Samosir.

Met de boot van het Silintong hotel zijn we een aantal plaatsjes op het eiland gaan bekijken.

Allereerst Ambarita. Dat is een batakdorp. In het batakdorp zit een gevangenis waar mensen vroeger 3 maanden moesten vasten. Na hun overlijden werd het vlees rauw gegeten.

Een korte tussenstop op het eiland Tao, ook wel het huwelijkseiland genoemd, waar we een kopje thee hadden gedronken en genoten van het uitzicht.

Vanuit het eiland zijn we doorgevaren naar Simanindo voor een dansvoorstelling van de mensen van het Batakdorp.

Na de voorstelling gingen we met de boot terug naar het hotel.

Helaas verliet de bootreis niet geheel als gepland, want midden op het meer stopte de boot ermee. Kapot, en niemand had een mobiele telefoon bij om hulp te vragen.

Gelukkig lag de boot nog dichtbij het hotel Toledo dus met z’n allen hebben we geprobeerd om aandacht te krijgen van de mensen van dat hotel zodat ze ons zouden komen helpen.

Na een paar grote gillen en flinke zwaai bewegingen kregen we antwoord van de mensen op het eiland.

Ze kwamen met een zelfde soort boot ons helpen en uiteindelijk hebben we de twee boten aan elkaar geknoopt en zo richting ons hotel gevaren, met alle gevaren die er maar zijn!

Na de lunch was de boot weer gerepareerd en gingen we naar Tomok.

Daar staat de graftombe van koning Sidabutar die we hebben bezocht.

Om weer uit Tomok weg te kunnen, moesten we door een aantal steegjes vol met souvenir winkeltjes. De mensen lieten ons niet met rust en we moesten en zouden wat kopen.

Gelukkig zijn we zonder klerenscheuren weer terug op de boot gekomen zonder verplichte aankopen te doen.

Dag 5. Samosir – Padang Sidempuan (268 km)

Vanuit Samosir met de boot terug naar Parapat waar de auto en de chauffeur op ons wacht.

De eerste stop van de dag is bij een ananas plantage.

De ananas is rijp als de bladeren donker gekleurd zijn en de vrucht geel tot oranje is.

Er stonden daar ook koffiebonen planten. Dat zijn eigenlijk een soort van besjes.

Na de ananas plantage zijn we doorgereden naar een lokale markt waar ze veel fruit en groente verkopen.

Bij Sipiholon zijn we gestopt bij de warm waterbronnen. Daar hing een zwavellucht vanuit de bronnen. Het water was ongeveer 100 ˚C.

Onderweg zijn we heel veel mooie rijstplantages met mooie terrassen tegengekomen.

In een dorpje hadden de mensen een hele lange python gevonden in de sawa’s.

Ze waren nu uit eigen veiligheid deze slang aan het doden door hem te laten stikken en flink uit te rekken.

De huid van de slang gaan ze verkopen en het vlees eten ze op.

Het is geen leuk gezicht op dit te zien, maar het hoort wel bij het leven op Sumatra.

Als laatste stop zijn we naar een wierook bomen veld gegaan.

Hier loopt de wierook als een soort van rubber langs de boomschors af.

Op het eind van de middag kwamen we aan bij ons volgende hotel: Torsibohi Cottage.

Dag 6. Padang Sidempuan – Bukittinggi (300 km)

Na het zoveelste ontbijt bestaande uit fruit, toast, ei, spek/worst, jam en boter vertrokken we om half acht richting Bukittinggi voor een lange rit van ruim 300 kilometer.

De eerste stop was bij een kleine waterval die via een loopbrug te bereiken was.

Daarna door naar een lokale Botanische tuin met diverse groente en kruiden.

Een aap (Barok) klom in een palmboom en haalde kokosnoten uit de boom voor ons.

De melk hebben we gedronken en het babyvlees uit de kokosnoot gegeten met bruine suiker.

Onderweg hebben we genoten van de mooie rijstvelden en de vele grote bomen en planten.

Bij een rivier hebben we gekeken bij een goudzoeker. Hij had hele oude munten gevonden van de VOC.

Bij een lokale familie mochten we kijken hoe bruine suiker wordt gemaakt.

De laatste stop was Bonjol.

Door deze plaats loopt de evenaar. Nu zitten we dus in het zuiden.

Veel lokale mensen wilden T-shirts met een opdruk van de evenaar verkopen, maar dat is nou niet echt iets om thuis te dragen.

Voordat we Bukittinggi bereikt hadden, hebben we nog een mooie panorama foto genomen van de vele rijstvelden.

Daar was ook een mevrouw met durians, stinkfruit. Dit zijn grote vruchten met grote stekels, en de vrucht stinkt behoorlijk. Je mag deze vrucht ook nooit meenemen in auto’s, taxi’s en hotelkamers.

Om toch alles in het land te proberen, hebben we ook een durian geproefd.

Het smaakte niet erg vies, maar wel een beetje rare smaak: een soort van overrijpe, bijna rotte galiameloen.

Tijdens de rit zijn we nog een soort feest tegengekomen. Dit is ter ere van de vele vaccinaties voor de kleine lokale kinderen.

De jeugdfanfares waren daar ook en maakten leuke muziek, iedere groep in andere aparte pakjes.

Ook zijn we minder leuke dingen tegengekomen, zoals weg versmallingen omdat er iemand was overleden en de familie en vrienden respect en rust te geven om te rouwen.

In Bukittinggi verbleven we voor twee dagen in het Denai hotel.

Dag 7. Bukittinggi

Vandaag een dagje in de omgeving van Bukittinggi.

Eerst naar de lokale dierentuin waarin het oude Fort de Kock staat.

In de dierentuin waren veel vogels, olifanten van Sumatra, dromedarissen, kangaroes en herten.

Er stond ook een museum met diverse gebouwen en kledingstukken van Sumatra.

Via de Ngarai Sianok bergkloof (Karbouwengat) zijn met naar het grote Maninjau-meer gereden en als laatste naar een zilversmid.

Om half twee waren we weer terug in het hotel om wat uit te rusten.

Die avond niet erg goed gegeten, want het vlees wat we kregen was nog behoorlijk rauw van binnen.

Dag 8. Bukittinggi – Jakarta

Vanuit het hotel in Bukittinggi via Padang Panjang en de Anai vallei naar de luchthaven van Padang gereden voor onze vlucht naar Java – Jakarta.

Het vliegveld was pas twee maanden in gebruik.

We waren om half tien op het vliegveld en het vliegtuig van Garuda Indonesia vertrok om tien over twaalf.

Na afscheid te hebben genomen van onze gids Zufnal en de chauffeur hebben we ingecheckt.

Na een goede vlucht kwamen we aan op Java.

Hier stond onze gids Benny al te wachten om ons te begeleiden door Java.

Vanuit het vliegveld zijn we naar de binnenstad van Jakarta gereden om naar ons hotel te gaan.

The Park Lane hotel was echt super de luxe.

Het was voor ons wel een hele omschakeling om van het primitieve en arme Sumatra in zo’n grote en rijke stad als Jakarta aan te komen.

Omdat we redelijk vroeg in de middag in ons hotel aankwamen, zijn we eens gaan kijken wat er allemaal te doen was.

Buiten was een prachtig zwembad met een jacuzzi.

Hier hebben we de middag heerlijk rustig doorgebracht.

Die avond hebben we lopend buffet gehad wat echt voortreffelijk was.

Lekkere Franse wijn erbij, dus onze dag kon niet meer stuk

Dag 9. Jakarta – Bogor – Puncak (104 km)

Na een even heerlijk ontbijt hebben we dit luxe hotel verlaten.

Het was die dag (vrijdag) een feestdag dus iedereen vertrok voor een lang weekend weg.

Hierdoor stonden de snelwegen helemaal vast en raakten veel auto’s oververhit.

Wij konden gelukkig zonder al te veel problemen doorrijden en zijn gestopt bij het openluchtpark Taman Mini Indonesia Indah.

Daar staan traditionele adathuizen op schaal 1:1 uit alle delen van het land zodat studenten niet ver hoeven te reizen om alles te kunnen zien over Indonesië.

Dit park is door mevrouw Suharto aangelegd.

De tweede stop was bij de Botanische tuinen van Bogor.

Daar hebben we van een lokale gids een rondleiding gekregen langs de vele bomen en planten die daar te zien zijn.

Dezelfde gids heeft jaren geleden ook Prins Bernard rondgeleid in deze Botanische tuin.

In deze tuin stond ook het paleis van Bogor.

In de ontzettend lange file zijn we doorgereisd naar Puncak, wat door de file wel erg lang duurde.

Onderweg zijn we nog gestopt bij een theeplantage.

Aangekomen bij het volgende hotel: Surya Indah Hotel kwam een enorme teleurstelling.

Dit hotel was een stuk minder luxe dan het vorige, maar het was voor ons wel weer terug naar de realiteit, want het hotel was wel weer een beetje hetzelfde als de vorige hotels die we hebben gehad.

Dag 10: Puncak

Deze ochtend werden we om vier uur gewekt door het “gezang” van de diverse moskees hier in de omgeving.

De een na de andere begon zijn verhaal te zingen en het galmde door de kamer.

Dit geheel duurde tot kwart voor vijf waarna we weer even konden slapen.

Dit was het enige hotel waar we dit hebben gehad, want alle andere hotels staan verder van de moskees vandaan, en dit hotel stond precies in het midden van ongeveer 6 verschillende moskees.

Na het ontbijt zijn we naar de bergen gegaan voor een wandeling naar de watervallen van Cinerem.

Het was 2,9 kilometer lo0pen en we hebben er ongeveer 1 ½ uur over gedaan.

De tocht was erg zwaar, want het was erg warm en vochtig en de paden waren niet zo goed aangelegd als wat we in Nederland gewend zijn.

Eenmaal bovenaan bleek het de moeite waard te zijn, want de watervallen waren erg mooi.

De terugweg ging een stuk sneller, want dat was natuurlijk alleen berg afwaarts.

Terug naar het hotel zijn we nog gestopt bij een familie die amandelen kookte en ze liet weken.

In verschillende soorten verpakkingen werden ze klaar gemaakt voor de verkoop.

Om 1 uur waren we weer terug in het hotel en hebben we een middagje rust gehad, want in dit hotel was niks te beleven.

Dag 11. Puncak – Bandung (90 km)

Na de onrustige nacht van gisteren ging het deze nacht een stuk beter.

We hebben zelfs bijna geen last gehad van de moskees.

Om negen uur zijn we vertrokken richting Bandung.

In een dorpje zijn we gestopt voor een korte wandeling.

In Bandung waren weer veel bedelaars en mensen die iets wilden verkopen.

Aangekomen bij het hotel: Hotel Papandayan, hebben we onze spullen op de kamer gelegd en zijn we heerlijk gaan lunchen.

Een goede maaltijd was alweer een paar dagen geleden, dus dit ging erin als gesneden koek.

Na de lunch zijn we bij het zwembad gaan liggen en hebben we genoten van de zon.

Dag 12. Bandung

Onderweg naar de vulkaan zijn we eerst gestopt bij een lokale tabakdrogerij.

De tabaksbladen worden klein gesneden en gedroogd op grote matten.

Als de tabak gedroogd is, wordt het product doorverkocht aan de tabaksfabriek.

Na een rit van drie uur kwamen we aan bij de vulkaan Papandayan.

De eerste krater is ontstaan door een uitbarsting in 1972.

De tweede krater is ontstaan door een uitbarsting in 2003.

De vulkaan werkt nog steeds en op heel veel plaatsen komt er stoom uit de grond.

Her en der zie je de bubbelende modder onder de stenen lopen.

De ondergrond is ook erg warm.

Hoe hoger je komt, hoe sterker de zwavellucht wordt.

Na een stuk van ongeveer 20 minuten kreeg ik teveel last van de zwavel.

Je krijgt dan bijna geen lucht meer en je valt bijna flauw.

Gelukkig was onze gids Benny op alles voorbereid en had tijgerbalsem bij zich.

Deze sterke geur brengt je weer snel bij en je kunt weer verder.

Na een korte rustpauze zodat ik weer helemaal lekker was, ging de tocht verder.

De stenen werden van licht geel tot donker geel en de stoom werd steeds erger.

Tussendoor liepen kleine riviertjes.

Deze verschillen ook sterk van kleur. Van gewoon waterkleur naar wit, van blauw naar groen en zelfs rood.

Uiteindelijk kon ik niet meer verder en vond de lokale gids dat ik maar even uit moest rusten.

Rogier is met de gids nog naar een meer gelopen welke is ontstaan door de uitbarsting.

Het meer was erg indrukwekkend en erg mooi.

Bij de laatste uitbarsting is de lava niet recht naar beneden gelopen, anders waren alle verkoopstalletjes en waarschijnlijk ook een aantal dorpjes weggevaagd.

Als je daar zo loopt, is het net alsof je op een soort vuilnisbelt loopt.

Overal stenen met verschillende kleuren, sterke zwavellucht en weinig planten en bloemen.

Er groeiden nog wel groene struiken, want de lava zorgt voor een vruchtbare grond.

Er stonden ook nog veel overblijfselen van bomen die helemaal zwart en weggebrand waren door de hitte uit de grond.

In de bomen zaten nog veel gassen die uit de grond naar boven kwamen.

Al met al een heel indrukwekkende ervaring!

Terug naar het hotel zijn we nog gestopt bij de warm waterbronnen van Cipanas.

Daar was een zwembad gemaakt van dit water.

In het hotel aangekomen hebben we eerst gedoucht om die zwavellucht van ons af te krijgen.

Dag 13. Bandung – Yogyakarta (430 km)

In alle vroegte zijn we gegaan om met de trein van Bandung naar Yogyakarta te reizen.

Om kwart voor acht vertrokken we in een coupé met airco voor een rit van ongeveer acht uur.

Het landschap tijdens de rit was erg mooi.

Vanuit de open deuren van de coupé konden we buiten filmen en foto’s maken.

Onze gids Benny ging ook mee met de treinreis om ons te begeleiden naar Yogyakarta en ons daar over te dragen aan een lokale gids van Yogyakarta.

Rond kwart voor vier kwamen we aan in Yogya (zoals ze daar Yogyakarta noemen).

We moesten door een andere trein lopen om op het perron te komen.

Daar stond onze nieuwe gids voor de twee dagen in Yogya al op ons te wachten.

Na het afscheid van onze zeer goede en aardige gids Benny vertrokken we voor een rit van ongeveer ½ uur tot drie kwartier naar het laatste hotel van Java: The Jayakarta.

Dag 14. Yogyakarta

Een dagje rondom Yogyakarta.

Allereerst zijn we naar het fabelachtige, boeddhistische tempelcomplex Borobudur geweest.

Dit complex dateert uit de 8e eeuw.

Het is een heel grote tempel met diverse niveaus.

Overal staan boeddha’s en worden door steengravures de verhalen verteld over het leven en het geloof.

Bovenaan de tempel staan grote klokvormige zuiltjes en in diverse van deze klokken staat een boeddha.

Na de Borobudur zijn we naar het uit 1755 daterende paleis van de sultan (de Kraton), een batikatelier en –fabriek en een wajangatelier geweest.

Erg leuk om te zien hoe deze wajangpoppen en batikschilderijen worden gemaakt en met welke technieken.

Ze proberen wel van alles aan je te verkopen, bijvoorbeeld in het batikatelier hadden ze schilderijen, maar in de fabriek kleding, tafelkleden, hoedjes, stropdassen, enzovoort van batik.

Dag 15. Yogyakarta – Denpasar – Bedugul

De laatste dag alweer op Java.

Omdat de vlucht naar Bali pas om half twee zou vertrekken, hebben we geregeld dat we naar het Prambanan tempelcomplex zouden gaan.

Eerst zijn we nog bij twee andere tempels gestopt die door de lokale bevolking zijn gevonden tijdens het omploegen van de rijstvelden.

De eerste tempel was compleet gerestaureerd en de tweede is pas gevonden.

Wij waren schijnbaar de eerste toeristen die hier waren.

Ze waren ook pas begonnen met het opgraven van deze tempel en het is erg mooi om te zien hoe dit geheel in zijn werking gaat.

Beide tempels waren precies hetzelfde: 1 hoofdtempel en 3 kleinere tempels.

In de hoofdtempel zitten vier ingangen en in elke ingang staat en beeld wat ieder een eigen betekenis heeft.

Na deze kleinere tempels reden we door naar de Prambanan.

Dit tempelcomplex bestaat uit verschillende kleine tempelcomplexen die een paar honderd meter uit elkaar liggen.

De grootste bestaat uit 1 hoofdtempel, diverse middelgrote tempels en tientallen kleine tempels waarvan er slechts vier zijn opgegraven en gerestaureerd.

De hoofdtempel had weer vier ingangen, met vier verschillende boeddha’s.

Ook de verhalen in steen zoals bij de Borobudur waren hier verwerkt.

Veel kleinere boeddha’s zijn een hoofd kwijt of er ontbreken meerdere onderdelen.

Hoofdzakelijk is dit gekomen door de aardbevingen en de lokale bevolking heeft waarschijnlijk ook veel mee naar huis genomen toen dat vroeger nog kon.

In de middelgrote tempels, die allen voor een andere god staan, hadden in de tempel een beeld staan van deze god.

Ook bij deze tempels zijn verschillende beelden verdwenen en dus is de tempel leeg.

Na de Prambanan zijn we nog bij een laatste kleine tempel geweest die ook voor een groot deel nog gerestaureerd moet worden.

Hierna doorgereden naar het vliegveld voor de vlucht naar Bali,

Precies op tijd vertrok het vliegtuig van Garuda Indonesia.

De vlucht duurde slechts 1 uur en was erg goed.

Tijdens deze vlucht zagen we een aantal bergen die boven de wolken uitkwamen.

Maar 1 berg had grijze rook en dat bleek dus een actieve vulkaan te zijn.

Erg apart om dit vanuit een vliegtuig te zien.

Bij de landing gingen we heel laag over het water omdat de landingsbaan aan de kust ligt.

Toen was al heel goed te zien dat de Indische oceaan een wilde zee is, want er waren hoge golven te zien.

We moesten na aankomst even wachten op de koffers en toen opzoek naar onze gids op Bali.

Zijn naam was Adnyana, maar we mochten hem gewoon Ad noemen.

Het was ondertussen al vier uur, was er bestaat 1 uur tijdsverschil tussen Java en Bali.

Op Bali wordt het snel donker, want om kwart over zes is de zon al helemaal verdwenen.

We moesten het programma voor de rest van de dag iets aanpassen.

Eerst zijn we gestopt bij de zeetempel Pura Tanah Lot.

Een tempel die aan de kust in de zee ligt.

Zeer toeristisch dus het was er ook erg druk, zeker omdat veel mensen de ondergaande zon daar willen zien.

Na deze tempel zijn we doorgereden naar de 18e eeuwse tempel Pura Taman Ayun.

Het was al zes uur en dus eigenlijk gesloten.

Gelukkig mochten we nog een kijkje nemen.

Je mocht niet in het complex, maar ze hadden wel een toeschouwers route gemaakt om het complex heen.

Bij de ingang stond dat vrouwen die hun menstruatie hadden, niet mochten komen vanwege onreinheid.

In het donker zijn we naar het hotel gereden: Pacung Mountain Hotel, waar we morgenvroeg van een prachtig uitzicht kunnen gaan genieten.

Dag 16. Bedugul – Lovina

Na een goede nachtrust konden we die ochtend van het mooie uitzicht genieten vanaf ons balkon. We keken uit over de rijstvelden en de bergen.

Om tien uur vertrokken we voor de reis naar Lovina.

Als eerste zijn we gestopt bij een mooie tuin waar een aantal tempels te zien waren aan het meer van Beratan.

Vanwege het toerisme kon je daar op de foto met een hele grote python of met grote vleermuizen.

Omdat we gisteren het programma aan moesten passen, zijn we vandaag naar het heilige apenbos van Alas Kedatan gereden.

Aan de kant van de weg zaten de makaken al te wachten.

Je kon er bananen kopen en deze voeren aan de apen.

Na een korte rit kwamen we aan bij de waterval bij Gitgit. Dit is een mooie waterval met heel helder water.

Door de bergen zijn we naar Singaraja gereden vanwaar we doorreden naar Lovina.

Onderweg zijn we even gestopt voor de lunch en konden we een kijkje nemen op het zwarte strand van Lovina.

Dit strand is zwart door de lava van de vulkaan.

Na de lunch zijn we doorgereden naar het hotel: Puri Bagus Hotel wat een waar paradijsje was. Hele grote kamers met een mooie badkamer en een tweede douche in de buitenlucht.

Het zwembad was heel mooi en lag vlakbij de zee.

Dag 17. Lovina – Candidasa

Na weer een goede nacht weer een goed ontbijt gekregen. Lekkere ananaspannenkoeken en muffins.

Na vertrek vanuit het hotel zijn we in Lovina gaan kijken bij de oude haven waar ook een Chinese tempel stond.

Via de bergen bij Kintamani hadden we een mooi uitzicht op de vulkaan en het meer.

Voordat we bij het volgende hotel aankwamen zijn we nog bij een lokaal dorpje gestopt.

Hier wonen ongeveer 100 mensen in 1 afgesloten dorpje. De beesten lopen er los rond en veel van de hanen zijn in diverse kleuren geverfd.

Aangekomen bij het Candi beach hotel in Candidasa lag ons huisje naast het zwembad en het restaurant. We hoefden dus niet ver te lopen om een frisse duik te nemen en van een lekkere maaltijd te kunnen genieten.

De zee lag ook vlakbij en had behoorlijk hoge golven.

Laat die middag hebben we nog een frisse hoosbui gehad over Bali.

Dag 18. Candidasa – Ubud

Vanuit het hotel in Candidasa zijn we naar de haven gereden. Hier konden we kijken hoe de vissers aan het werk gingen en wat ze allemaal al hadden gevangen.

Daarna zijn we doorgereden naar Goa Gajah, een boeddhistisch klooster.

Hier stond de olifantentempel, een rots in de vorm van een olifant (volgens de lokale bevolking, maar wij vonden het niet echt op een olifant lijken).

In het kunstenaarsdorp Ubud zijn we naar een houtkunstenaar gegaan. Daarna hebben we nog diverse schilders bezocht. Ze hadden diverse stijlen, zoals traditioneel, Balinees en modern.

Op weg naar het hotel zijn we nog gestopt bij een offerfeest.

Na het overlijden van iemand wordt er een offerfeest gegeven om de overledenen te herdenken.

We voelden ons niet echt thuis tussen de mensen, maar het was wel heel apart om dit mee te maken.

Aangekomen bij het hotel: Pertiwi Bungalows hebben we lekker bij het zwembad gelegen en in de loop van de middag zijn we het dorpje Ubud gaan bekijken.

In een steegje hadden ze heel veel toeristische verkoopstalletjes, maar bijna alles is hetzelfde. Het was net een soort markt waar je doorheen loopt.

’s Avonds zijn we bij een lokaal restaurant wat gaan eten.

Ineens voelden we onze stoelen bewegen, dus we dachten allebei dat er een beest tegen onze stoelen was aangelopen, maar er was niks te zien.

Het bleek dus een aardbeving te zijn van 7,5 op de schaal van Richter.

Het epicentrum lag in de zee nabij Bali, dus we hebben er geen last van gehad, maar het was wel heel vreemd om het zo mee te maken.

Dag 19. Ubud – Nusa Dua

Vandaag gaan we het grote avontuur tegemoet: we gaan raften.

We werden bij ons hotel opgehaald en via allerlei smalle straatjes kwamen we aan bij het gebouw waar het raften kon beginnen.

Tijdens het wachten was er een video van welke activiteiten je daar allemaal kon doen, zoals rafting, mountainbiken, hiken, enzovoort.

We kregen een lifevest, een helm en een peddel.

Een lange afdaling naar de rivier stond op ons te wachten.

Wij zaten samen met 2 Japanse meisjes in de boot en onze instructeur heette Magic.

Er waren nog 4 andere boten met mensen die gingen raften, dus het was een leuke club.

Voordat we vertrokken kregen we uitleg over diverse termen bij het raften.

Forward was vooruit roeien, backward was achteruit roeien en boom boom was hurken en goed vasthouden voor een steile afdaling.

Het was een hele mooie tocht met heel veel mooie natuur, helder water, mooie watervallen en af en toe mooie hotels.

Het water was redelijk rustig, dus goed te doen voor de eerste keer.

Onderweg zijn we ook nog een paar mooie vogels tegengekomen.

Aan het eind van de rit, na ongeveer 11 kilometer, mochten we uit de boot springen om te gaan zwemmen. Aangezien onze kleren toch al helemaal nat waren van alle golven en we onder de kleding badkleding aan hadden, zijn we in het water gesprongen.

Bij het eindpunt stond een lekkere lunch voor ons klaar.

Na de lunch moesten we weer 300 meter klimmen om bij de bussen te komen.

Terug aangekomen bij ons hotel stond onze gids Adnyana al op ons te wachten.

We zijn ook gelijk vertrokken bij het hotel voor de laatste rit naar Nusa Dua voor een paar dagen relaxen in een 5-sterren resort: Nusa Dua Beach.

Bij het resort aangekomen bleek al dat dit wel 5-sterren waard was.

Een hele mooie grote entree en alles was blinkend schoon.

Onze kamer zag er heel goed uit en ons terras ligt aan een hele mooie grote tuin met tempels.

Het zwembad zag er ook erg goed uit en daar zijn we dus ook meteen ingedoken.

’s Avonds hebben we genoten van een Balinees buffet met diverse optredens.

Dag 20 tot en met 24. Nusa Dua

Deze dagen hebben we genoten van alle luxe en lekker uitgerust.

Strak blauwe lucht en heerlijk warm.

We zijn ook nog een avond naar een dansshow met buffet gegaan: Legong Dance show.

Hier werden diverse traditionele Balinese dansen uitgevoerd met vier verschillende verhalen.

Het buffet viel helaas een beetje tegen en de show stelde ook niet zoveel voor.

Maar we hadden ons toch goed vermaakt.

Dag 25. Nusa Dua – Denpasar – Singapore

Vandaag de laatste dag op Bali.

Om half elf hadden we uitgecheckt en waren we klaar voor de terugreis.

Op het vliegveld van Denpasar bleek al meteen dat we ½ uur vertraging hadden.

Op het vliegveld waren diverse winkeltjes, dus we hebben daar wat rondgelopen.

De vlucht naar Singapore verliep goed.

Op Singapore hadden we ruim acht uur te overbruggen voordat onze vlucht naar Amsterdam vertrok.

Gelukkig is het vliegveld van Singapore erg groot en er zijn heel veel dingen om te doen.

Ze hadden een lounge gedeelte waar je op diverse televisies programma’s kon kijken.

Verder kon je gratis op internet en je kon zelfs Xbox spelletjes spelen.

Rond middernacht stond ons vliegtuig klaar voor het laatste stukje van de lange reis af te leggen.

Dag 26. Singapore – Amsterdam

We zagen een vlucht tegemoet van ruim 12 ½ uur naar Nederland.

Singapore Airlines heeft genoeg spelletjes om te spelen en er worden veel verschillende films gedraaid.

Ze verveelt je dus niet snel.

De reis was goed verlopen en het eten was ook best lekker. We hadden zelfs nog ruim zes uur geslapen dus de jetlag viel wel mee.

Op Schiphol waren we vanwege het vroege tijdstip helemaal op de achterste landingsbaan geland. We moesten ruim een kwartier taxiën naar de gate. Daarna moesten we nog een lange wandeling afleggen naar de bagagehal.

De koffers waren ook heelhuids aangekomen, dus de reis was compleet.

Al met al was dit een geweldige reis die we iedereen willen aanbevelen.

De contrasten tussen Sumatra, Java en Bali zijn erg groot, maar dit maakt het ook wel weer heel erg mooi en indrukwekkend.

Via onze foto galerij proberen we iedereen nog een beter beeld van dit mooie Indonesië te geven.