Reisverslag

Kenia en Tanzania 24 november 2007 tot en met 13 december 2007

Dag 1. Zaterdag 24 november: Amsterdam – Nairobi

De grote dag is weer aangebroken. We gaan naar Afrika.

De wekker ging om 5.30 uur. Snel de laatste dingen inpakken en om 6.15 uur de ouders ophalen. Om ongeveer 7.45 uur kwamen we aan op P3 Schiphol. We hadden thuis al stoelen gereserveerd en konden dus meteen inchecken bij KLM. Gelukkig hadden we nog genoeg tijd om te ontbijten. Om 9.20 uur begon het boarden al, dus de winkeltjes hebben we achterwege gelaten.

Het vliegtuig, een Boeing 747, was erg groot en we zaten bijna achterin. Helaas geen eigen TV schermpjes. We vertrokken om 10.30 uur en na een rustige en goede vlucht kwamen we om 19.55 uur locale tijd aan op Nairobi Airport. Alle koffers waren er, dus op naar onze gids voor Kenia: Kevin. In het Serena Hotel nog wat gedronken en nu lekker slapen want morgen gaat de wekker om 6.00 uur voor vertrek op safari naar Samburu.

Dag 2. Zondag 25 november: Samburu National Park

Na een onrustige en korte nacht was het om 6.00 uur toch echt tijd om op te staan. Het ontbijtbuffet was goed, dus we hebben de buikjes goed kunnen vullen voor de lagere rit die vandaag op het plan staat. Om 7.15 uur vertrekken we vanuit Nairobi naar Samburu National Park.

Na 1 ½ uur rijden de eerste stop. Dit was in een winkel waar heel veel houtsnijwerk was. Erg mooi allemaal, maar het is pas de 2e dag van de vakantie, dus nog maar even niks kopen. De wegen zijn matig tot redelijk goed begaanbaar. Behalve het laatste uur van de rit. Dit was één grote kiezelbende en gaten naar het park. Onze gids Kevin vloog hier overheen, dus wij ons maar goed vasthouden. We zijn wel erg blij met onze 4WD Toyota Landcruiser.

Weetjes over Samburu National Park

Oppervlakte: 105 km²

Het park ligt op bijna 350 kilometer ten noorden van Nairobi.

Een gebied van uitzonderlijke schoonheid en variëteit, zowel op het gebied van het wildleven als landschappelijk. De wegen die door het reservaat zijn aangelegd zijn zeer goed berijdbaar al is het niet altijd mogelijk om zonder 4WD overal te komen, vooral in de regenseizoenen geeft dit problemen.

De grote verscheidenheid aan landschappelijk schoon en de aanwezigheid van rivieren en moerassen maken het mogelijk om vele diersoorten te observeren. Ook vogelliefhebbers komen enthousiast terug uit dit geboekt. Je komt oog in oog te staan met leeuwen, (jacht)luipaarden, giraffes, zebra’s, girafgazelles, tal van andere antilopensoorten (w.o. de dikdik), wrattenzwijnen, struisvogels, nijlpaarden en krokodillen.

Na ongeveer 5 uur rijden kwamen we aan bij de poorten van het park. En toen we maar net binnen waren hadden we al springbokjes en giraffen gezien. Een goed begin dus.

Na, voor ons, een hele speurtocht door het park kwamen we aan bij ons logeeradres voor de komende 2 nachten: Larsens Tented Camp. Dit ligt in het midden van het park en is door hekken van de dieren afgesloten. We bleken de enige gasten te zijn voor vandaag en kregen ook meteen alle aandacht. 5 mannen voor 5 koffers! Er zijn in dit kamp 20 tenen met een hele mooie inrichting, groot bed, werkend toilet en zelfs een echte douche (helaas geen garantie voor warm water).

Onze tenten liggen aan de rivier waar regelmatig olifanten komen baden. Verder is er een restaurant, bar, winkel, 2 uitkijkposten over het park, een volleybal veld, een zwembad en een jacuzzi. Na het inchecken kregen we een zeer uitgebreide lunch van 4 gangen. Het eten was heerlijk. Om 16.00 uur zouden we onze eerste gamedrive gaan maken, dus we hadden nog 1 ½ uur aan onszelf. Even een beetje uitgerust van de zware rit en rond gekeken in het kamp.

Weetjes over Buffalo Springs Nationaal Reservaat

Oppervlakte: 130 km²

Het ligt op ongeveer 350 kilometer ten noorden van Nairobi.

In 1960 werd het gebied, samen met Samburu, aangewezen als wildreservaat. Het is een schitterend en goed toegankelijk gemaakt gebied, met enige omzichtigheid, goed toeven is. Die omzichtigheid dient ingegeven te worden door twee oorzaken. In de eerste plaats zijn er de bavianen die, als ze de kans krijgen, alles stelen wat niet aard- en nagelvast bevestigd is. Ook wordt er gewaarschuwd voor diefstal.

Gelegen op een hoogte tussen 900 en 1.000 meter boven de zeespiegel kun je een groen, glooiend, op veel plaatsen bosrijk landschap verwachten. Het gebied is zo groen vanwege de aanwezigheid van diverse rivieren, waarvan de Ewaso Ngiro het reservaat scheidt van het Samburu N.R., en moerassen. In de wat hogere gebieden groeien veel acacia’s. Als gevolg van de permanente aanwezigheid van water is het wildleven uitgebreid en divers. Behalve olifanten en giraffes, kun je er jachtluipaarden en buffels verwachten en uiteraard antilopensoorten, waaronder spiesbokken. Op de zandoevers van de rivier liggen krokodillen bewegingsloos in de zon. Vroeger was dit ook een leefgebied voor neushoorns, stropers hebben ervoor gezorgd dat de kolossen hier niet meer aan te treffen zijn.

De gamedrive was echt super gaaf. We zijn in Samburu National Park geweest en in Buffalo Springs. Welke dieren hebben we allemaal gezien: apen (o.a. bavianen), leeuwen, olifanten, springbokjes, antilopen, netgiraf, beisa oryx, duikers, secretarisvogel, gieren, roofvogels en nog een aantal kleinere vogels.

In ons kamp zitten ook veel apen en vogels en we hebben een nieuw huisdier: de eekhoorn die alle restjes van de lunch lust. De kudde olifanten was heel erg groot en ze waren over het park verspreid. Na de gamedrive zijn we lekker in de jacuzzi gedoken. Om 20.00 uur het 5 gangen diner wat weer super was. Nu maar weer snel slapen, want morgen om 6.00 uur krijgen we een wake-up call voor de ochtend gamedrive.

Dag 3. Maandag 26 november: Samburu National Park

Dat was een hele aparte nacht. Middenin een nationaal park kun je verwachten dat je ’s nachts veel dierengeluiden zult horen, maar de geluiden bij ons waren wel heel erg bijzonder. We slapen naast de rivier en daar kruisen overdag veel dieren over waar ze dan gelijk in baden en spelen. Rond 3.00 uur hoorden we allemaal geklots van water wat we niet konden thuis brengen. Het is hier ’s nachts ook pikkedonker want dan gaat het aggregaat uit. Ineens hoorden we een soort diepe grom en toen wisten we het: olifanten in de rivier die voorbij lopen aan onze tent.

Maar toen hoorden we het geknak van takken en toen moesten ze dus wel aan wal zijn gekomen voor onze tent. Het leek ons verstandig om te genieten van de geluiden en gewoon in bed te blijven liggen. Toen de olifanten we waren, hebben we nog een aantal leeuwen horen brullen en wat apen horen krijsen. Om precies 6.00 uur kwamen ze ons bij de tent thee en warme chocomelk met koekjes brengen. We hebben de gordijnen open gedaan en lekker in bed genoten van het uitzicht en snack.

Toen we de tent uitkwamen en rondkeken wat de olifanten hadden gedaan was het toch een beetje schrikken. Een groot deel van het kamp is afgezet met elektrische draden. Deze hebben ze volledig gesloopt. En overal lagen grote drollen. Een erg bijzondere ervaring.

Tijd voor de ochtend gamedrive. De dieren die we hebben gezien: waterbok, apen, kroonkraanvogel, olifanten, roofvogels en vele andere vogels. Na de gamedrive kregen we een heerlijk ontbijt.

Weetjes over de Samburu

Ze zijn nauw verwant aan de Maasai en ze spreken praktisch dezelfde taal. Waarschijnlijk zijn ze gelijk met de Maasai, van wie de herkomst ook niet geheel duidelijk is, naar Kenia gekomen en hebben zich daar pas afgesplitst. De groepen die zich ten noorden van Mt. Kenya vestigden werden bekend onder de naam Samburu, degenen die zuidelijker trokken ontwikkelden zich tot Maasai. Ze leven in hoofdzaak van de landbouw. De Samburu verdelen hun leven in vijf delen, althans het mannelijke deel ervan. Nadat ze omstreeks hun 15e levensjaar volwassen zijn geworden, worden ze juniorkrijger. Na het verrichten van een aantal daden als junior krijgen ze de status van seniorkrijger. Nadat ze hun ‘krijgertijdperk’ (ze zijn dan ergens in hun derde decennium) achter zich gelaten hebben worden ze achtereenvolgens junior- en senioroudste. Pas als ze junioroudste geworden zijn trouwen ze. Slechts enkelen bereiken de status van senior, in welke hoedanigheid ze zeer invloedrijk worden op allerlei gebied. Meisjes worden slechts ingewijd als volwassene, tegelijkertijd met het moment waarop de jongens juniorkrijger worden. Zowel jongens als meisjes worden besneden. Bij de meisjes is het opvallend dat dit niet gebeurt op het moment waarop ze worden ingewijd als volwassene, maar op de dag van hun huwelijk, doorgaans rond hun 16e levensjaar.

We hadden de optie gekregen om naar een echt Samburu dorp te gaan en daar de mensen te ontmoeten. Dit was een hele bijzondere ervaring. Een stuk grond afgezet met acaciastruiken tegen de wilde dieren met daarin hele kleine hutjes van leem, stokken en afval. De Samburu waren mooi gekleed met veel sieraden. Ze gaven nog een dansshow en ze lieten vol trots de school zien. Nog wat souvenirs gekocht om het dorp te steunen voor betere zorg.

Terug in het kamp zijn we lekker bij het zwembad gaan liggen en toen op naar de lunch. Deze was weer geweldig. Nog even rond gekeken in het lamp en we hadden nog wat tijd voor het zwembad voor de middag gamedrive. We hebben gezien: dromedarissen, netgiraffen, waterbuffels, olifanten in de rivier, een grote krokodil, antilopen, vogels, struisvogels, wild zwijn, sabelantiloop en de grevy zebra. Gelukkig na veel zoeken dus weer een aantal nieuwe dieren voor op ons lijstje.

Terug in het kamp was de elektrische afzetting weer gemaakt. In het donker kwam er nog een nijlpaard bij ons in de rivier, maar net toen ze ons geroepen hadden en wij aan kwamen lopen voor de foto’s, was hij net uit de rivier gestapt en in de dichte bebossing verdwenen. We zagen nog net zijn staartje verdwijnen. Wie weet komt hij vannacht wel samen met de olifanten langs! Het was weer tijd voor het diner. Lekker buiten bij de rivier met kaarslicht en een kampvuur. Zoals verwacht was het eten weer heerlijk.

We moeten zeggen, Larsens Camp is een echte aanrader, maar we zijn ook wel erg verwend met al het personeel alleen voor ons. Vanavond waren wel 5 Engelsen aangekomen, maar verder is er nog steeds helemaal niemand. Het is nu alweer bijna 22.30 uur en morgen mogen we zelfs uitslapen tot 6.45 uur. Heerlijk. We zijn benieuwd wat deze nacht aan geluiden en misschien wel beelden zal brengen. De zaklamp ligt in ieder geval klaar.

Dag 4. Dinsdag 27 november: Sweetwater Game Reserve

Nou, de olifanten hebben zich niet meer laten horen of zien. Wel hebben we de leeuwen gehoord. Na een heerlijk ontbijt was het tijd om afscheid te nemen van dit mooie tentenkamp. Een reis van ongeveer 4 uur stond ons te wachten.

Eerst nog het Samburu National Park uitrijden en op naar de hobbelweg die we 2 dagen geleden ook hebben gereden. Daarna doorgereden naar Nanyuri waar we net iets daar voorbij het Sweetwater Game Reserve inreden.

We zitten in het Sweetwaters Tented Camp. Meer tenten dan Larsens, maar wel mindere kwaliteit en luxe. We kijken wel recht op een grote vlakte uit met een drinkplaats voor de dieren. Daar stonden al meteen giraffen, wilde zwijnen, antilopen en zebra’s naar ons te kijken.

Na een wat mindere lunch gingen we naar het opvangcentrum voor chimpansees. Dit viel behoorlijk tegen, maar we hebben een stuk of 10 chimps gezien. De tocht bracht ons verder door Sweetwaters. We zagen de volgende dieren: zebra’s, wilde zwijnen, witte neushoorns, kroonkraanvogel en een heleboel kleinere vogels.

Na een ½ uurtje kwamen we aan bij een plek waar een tamme zwarte neushoorn leeft. Hij heet Morani en is 33 jaar oud. Toen hij 6 maanden oud was, is zijn moeder vermoord en is hij opgevangen. Nu komt hij iedere dag om 16.00 uur aangelopen voor zijn snacks en mag hij op de foto met toeristen. We mochten hem ook aaien en het maakte hem niks uit. Alleen niet te snel bewegen of heel hard praten.

We zijn hierna nog wat gaan rijden en kwamen wederom giraffen, zebra’s en antilopen tegen, maar ook een kudde olifanten en een buffel. Tijd voor het avondeten in buffet vorm. Weet iets mindere kwaliteit, maar hier is het ook een stuk drukker dan bij Larsens. Na een lekkere borrel aan de bar is het tijd om te slapen, want de wekker gaat weer om 6.00 uur voor een lange weg naar Kakamega Rainforest.

Dag 5. Woensdag 28 november: Kakamega Rainforest

Je kon goed merken dat we op ruim 1.600 meter zaten. We kregen kruiken voor in bed en het is voor Afrika ook koud geworden ’s nachts; rond 10 graden. En dat op een open vlakte in een tentje. We hadden het goed koud. Het ontbijt was redelijk. Op naar de jeep voor een lange rit.

We zijn om 7.00 uur vertrokken en uiteindelijk om 15.45 uur bij Rondo Retreat aangekomen. Overal werd aan de weg gewerkt en waren de wegen heel slecht. We hebben nog een stop gehad op de evenaar; net als onze eerdere vakantie in Indonesië.

Het Rondo Retreat ligt in het Kakamega regenwoud. De huisjes zijn wat gedateerd, maar de tuin is echt heel mooi. Het avondeten viel wat tegen. We hebben al apen gezien, vogels en vlinders en een nieuw vriendje gemaakt in de vorm van een kat. Hij achtervolgt ons overal. Om 22.30 uur gaat de generator al uit, dus het wordt vroeg slapen. We kunnen wel uitslapen tot ongeveer 8.00 uur dus dat is wel even lekker na de rit van vandaag.

Dag 6. Donderdag 29 november: Kakamega Rainforest

Weetjes over Kakamega Forest Nationaal Reservaat

Oppervlakte: 45 km²

Oprukkende omliggende landerijen waarop in hoofdzaak maïs wordt verbouwd dreigden de ondergang van dit prachtige stuk natuur te betekenen. In 1976 werd daar een stokje voor gestoken door er een beschermd gebied van te maken. Vogelliefhebbers zullen zich in dit schijnbaar ondoordringbare woud snel thuisvoelen, maar ook voor degene die nog nooit in een regenwoud was is een bezoek aan dit park bijzonder indrukwekkend. Er zijn diverse uitgezette wandelroutes en als je die niet verlaat kun je niet verdwalen.

De begroeiing is zoals je het van een regenwoud zou verwachten. Hoge bomen (de gemiddelde hoogte bedraagt 35 meter), vaak omstrengeld door parasiterende slingerplanten vormen een dicht bladerdak waardoor nauwelijks zonlicht kan dringen. In het gebied werden al meer dan 125 verschillende boomsoorten geteld. Op enkele plaatsen vind je een open plek waar grassen en lage struiken staan die kleurrijke vlinders aantrekken. Het gebied zit boordevol klein wild waaronder enkele soorten die alleen in dit park voorkomen. Te denken valt aan de behaarde ‘vliegende’ eekhoorn met een vlucht van wel 90 meter, de hamerkopvleermuis en de reuzenwatermuis. Bij de apensoorten zul je gemakkelijk de zwartwitte colobus kunnen ontdekken, de roodstaartaap en de tamelijk zeldzame blauwe aap. Aan vogels, waaronder enkele zeldzame slangeneters, is er al evenmin gebrek. Veel ornithologen, ook uit Nederland, hebben in dit gebied research gedaan.

Na een onrustige nacht in het zeeziek bed, werden we om 8.00 uur wakker. Op naar het ontbijt wat best goed was. We hadden afgesproken om 9.30 uur voor een wandeling van 2 uur door het regenwoud. We hebben de grijze aap en de colobus aap gezien en veel vogels. Voor de ouders was de tocht makkelijk gehouden dus we hebben meer over een hoofdpad gelopen dan echt door het regenwoud. Na de lunch zijn we lekker in de tuin gaan zitten en hebben wat gekaart en gelezen.

Rond 16.00 uur kwamen van alle kanten apen uit de boomtoppen die op een gegeven moment zelfs over het gras liepen. Dit was een mooi schouwspel. Ook deze avond was het diner goed. We hebben nog wat met Kevin gekletst en zijn toen in het donker weer buiten gaan zitten. De huiskat heeft de hele avond bij ons gelegen en de rest van de nacht op onze veranda. Morgen weer vroeg eruit, 6.00 uur, voor een lange en zware rit.

Dag 7. Vrijdag 30 november: Lake Naivasha

Weer onrustig geslapen, maar het is weer tijd voor een andere slaapplek, dus we wachten af. Kevin had problemen met de auto, want die wilde niet starten. Met startkabels is het uiteindelijk toch gelukt, dus een ½ uur later dan gepland zijn we vertrokken. De kat kwam nog wel even tot ziens zeggen.

Ook deze dag een lange rit van ongeveer 5uur. De wegen die we hadden waren zeer slecht terwijl er een kant en klare nieuwe weg naast ligt, maar die is nog niet open. De flexibiliteit van ons en de auto werd dus weer goed getest. Op een gegeven moment gingen we de bergen in, maar we wisten niet precies waar onze volgende slaapplek was, omdat deze in geen enkele gids aangegeven stond. We zagen soms wat gebouwen, maar die reden we hard voorbij. Verder alleen maar dorre vlaktes dus we hadden geen idee waar we uit zouden komen.

Na een lange rit door de bergen kwamen we aan bij de poorten van “Loldia” zoals stond aangegeven. Dit is een privé terrein waar heel veel grond is, een dorpje ligt, veel akkerbouw is en een hotel ligt: Loldia House. Onze nieuwe slaapplek. Het ligt pal aan Lake Naivasha. Er lopen ook veel dieren op het terrein zoals dikdiks, antilopen, buffels, nijlpaarden en heel veel vogels. Het is eigenlijk één groot huis met een soort van binnenplaats waar een aantal kamers worden verhuurd. Het zag er erg mooi uit.

Weetjes over Lake Naivasha

Het Naivashameer is een geliefd reisdoel voor mensen uit Nairobi die een dagtochtje willen maken of een weekend willen vissen, varen en zich ontspannen. Het is ook een geschikte tussenstop voor mensen die onderweg zijn voor een merentocht of nog verder naar het noorden van Kenia. Het Naivashameer ligt 1.890 meter boven de zeespiegel en is daarmee het hoogstgelegen meer van de Rift Valley. Reeds in prehistorische tijden woonden hier mensen. Nog steeds worden in de omgeving hun meer dan 4.000 jaar oude kunstvoorwerpen gevonden.

Toen in 1883 de Duitse natuurwetenschapper G.A. Fischer hier als eerste Europeaan arriveerde, werd het gebied rond het meer nog bewoond door de Maasai. De Britse nieuwkomers namen de hele over rond het meer in bezit, nadat ze de Maasai die rond het meer woonden naar elders hadden verjaagd. Het land rond het meer is nog altijd in particuliere handen. Het wordt intensief bevloeid en gebruikt voor het verbouwen van groenten en bloemen voor de export. Aan de zuidelijke oever is sinds 1980 een wijnbouwgebied aan het ontstaan.

Al naar gelang de regenval is de waterspiegel van het meer, en dus ook de oeverlijn, voortdurend in beweging. Het meer, met een gemiddelde diepte van 8 meter, overspoelde in 1917 zelfs de spoorlijn van Naivasha, terwijl het in de jaren vijftig daarentegen vrijwel geheel uitdroogde. Het diepste punt van het Naivashameer wordt gevormd door een klein kratermeer in het noordoosten, dat een diepte van 20 meter bereikt. De rand van de krater, die uit het meer opsteekt, wordt door een rotskam met het vasteland verbonden. Hierdoor is Crescent Island, zoals de rand wordt genoemd, afhankelijk van de waterstand nu eens een schiereiland, dan weer een echt eiland.

Een groot aantal nijlpaarden heeft het Naivashameer tot woonplaats gekozen. Krokodillen daarentegen zijn hier schaars. Sportvissers zullen hier de dag van hun leven hebben wanneer ze erin slagen een uit Noord-Amerika ingevoerde zwarte baars of een tilapia aan de haak te slaan. De oever van het meer wordt omgeven door een fijnbladerig struikgewas van papyrus, waarvan de oude Egyptenaren hun schrijfondergrond vervaardigden. Wat er in de verte uitziet als kleine, in de wind over het meer drijvende eilandjes, zijn in werkelijkheid een aantal tot een soort vlotten met elkaar verstrengelde papyrusplanten.

We mochten de lunch nemen in de tuin zodat we uitzicht hadden op Lake Naivasha. Na de lunch was het tijd voor een boottocht over het meer. Op het meer zagen we heel veel buffels, een goliath reiger, visarenden, pelikanen, aalscholvers en een heleboel nijlpaarden. Op de meeste plaatsen kunnen ze gewoon lopen en dan zie je ze heel snel onder water gaan en een stuk verder weer boven komen.

Hier liggen heel veel papyrus planten en waterhyacinten in het meer waar de dieren lekker van eten. Het papyrus verplaatst zich constant waardoor het kan gebeuren dat je op een gegeven moment vast kunt liggen met de boot tussen het papyrus. Dicht aan de oever leven ook veel waterbokken die regelmatig naar het water gaan en daarna weer terug op het land. Terug aan de kant hebben we een lekker kopje thee gedronken met verse cake en zijn daarna met een gids van Loldia, Charles, iets verder gereden in het Loldia kamp waar we te voet verder gingen.

De Engelse familie van wie dit gebied is, hebben ook een groot gedeelte voor bloementeelt en voor groenten. Hier komen de haricots vers vandaan die bij ons in de supermarkt liggen. Er werken hier ongeveer 600 Kenianen en die krijgen € 2 per dag aan loon. Daarvoor moeten ze behoorlijk hard werken, maar ze mogen wel hier op het terrein wonen in een eigen dorpje en de kinderen mogen hier naar school. Voor de planten en bloemen water te geven worden sprinklers gebruikt en er is zelfs een automatisch sproeisysteem wat over het terrein heen rijdt en alle planten water geeft. Ook onderweg zijn we waterbokken, nijlpaarden, dikdiks en veel vogels tegengekomen.

Terug gekomen in het Loldia House zijn we lekker binnen bij de open haard gaan zitten omdat het hier ’s avonds toch wel afkoelt. Toen het eten klaar was, gingen we met alle 8 gasten aan één lange tafel zitten samen met de gastvrouw. We zijn hier echt te gast bij een echte Engelse familie die alles wil delen met de gasten. Het eten was heerlijk en weer in overvloede. We hoeven hier zeker geen honger te lijden, maar dat hadden we na dag 1 al in de gaten. Na het diner zijn we lekker gaan slapen om morgen weer fit te zijn voor een gamedrive bij Lake Nakuru.

Dag 8. Zaterdag 1 december: Lake Naivasha

Na een goede nachtrust werden we om 7.30 uur wakker gemaakt en kregen we een lekker kopje thee. Om 8.00 uur was het ontbijt klaar. Vers fruit, pannenkoekjes, muffins, eieren, spek, worstjes, brood; het was er allemaal.

Na het ontbijt vertrokken we om 9.00 uur voor een rit van ongeveer 2 uur naar Lake Nakuru. Wederom moesten we die hele slechte weg afleggen en onze gids Sammy was heel voorzichtig en durfde bijna niet in te halen.

Weetjes over Lake Nakuru Nationaal Park

Oppervlakte: 188 km²

Het ligt op slechts 155 kilometer ten noorden van Nairobi.

In 1968 werd Lake Nakuru tot N.P. benoemd. Het ligt op een hoogte tussen 1.750 en 2.050 meter boven het zeeniveau en het is het enige park dat z’n status kreeg om het vogelleven te beschermen.

Flamingo’s kleuren de oevers van het sodameer roze. Een spectaculair en onvergetelijk schouwspel. Ooit huisden er meer dan 2 miljoen flamingo’s, de helft van de totale wereldpopulatie. Tegenwoordig worden er nog ‘slechts’ iets meer dan een miljoen waargenomen, met uitzondering van de periode vlak na de regens, dan verdubbelt het aantal vaste bewoners nog met gemak. De oevers van het meer zijn vlak en er groeit gras. Dat maakt het waarnemen van de vogels en van wilde dieren eenvoudig. Lange tijd is het park een belangrijk doelwit geweest voor stropers die het vooral op de (hoorns van)  neushoorns voorzien hadden. In 1987 waren er nog slechts 2 zwarte neushoorns over die, samen met hun ‘witte’ soortgenoten vanaf die tijd bijzondere bescherming genieten. Daarnaast werden er, op initiatief van Kenya Wildlife Service, neushoorns uit Laikipia, een ‘boerderij’ waar men zich toelegt op het fokken van neushoorns, overgebracht naar het park en daar met succes uitgezet. Behalve neushoorns is het Lake Nakuru N.P. een prachtig gebied voor het observeren van leeuwen, luipaarden, buffels en zebra’s. Ook de Rothschild’s giraffe laat zich gemakkelijk zien. In het bergachtige gedeelte komen veel klipspringers voor, maar je kunt er eveneens terecht voor de rotshyrax en de dikdik. Onder de aapachtigen zullen de vele zwart-witte colobusapen de aandacht opeisen. In de bossen treft men verder de elandantilope, de impala en het wrattenzwijn aan. Het grote aantal vogelsoorten wordt vooral veroorzaakt door de aanwezigheid van een divers landschap en van (fosforhoudend) water.

Lake Nakuru staat bekend om zijn vele flamingo’s die daar leven. Het waren er zoveel dat we denken dat het er wel een aantal tienduizenden zijn. Sommige zijn mooi roze en andere helemaal grijs. Als ze in grote groepen leven, maken ze hele rare geluiden. Ook zagen we ze regelmatig met z’n allen naar rechts lopen en na een paar seconden weer allemaal naar links. Hier mochten we ook uit de jeep om de flamingo’s van dichterbij te kunnen bekijken. Een heel apart gezicht.

Na de flamingo’s zijn we verder het park ingereden. Er leven daar heel veel dieren en deze hebben we er allemaal gezien: thompson gazelle, pelikanen, witte neushoorns, grevy zebra’s, buffels, Rothschild giraffen, struisvogels, visarenden, antilopen en weer heel veel vogels. Middenin het park hadden we een picknick. Kip in een deegbroodje, quiche, worstjes, eieren, bananen en een lekkere fles witte wijn.

Toen we het park bijna hadden verlaten, zagen we in de verte een niet veel voorkomende zwarte neushoorn. We stopten de jeep om te kijken of hij wat dichterbij wilde komen voor de foto’s. Stapje voor stapje kwam hij dichterbij. Ineens kregen we in de gaten dat hij wel erg dichtbij kwam. Toen begon hij te grommen en stof op te trappen en kwam op de jeep afgerend. 2 à 3 meter voor de jeep stopte hij en liep net langs de jeep af. Blijkbaar stonden we in de weg van waar hij naartoe wilde. Op z’n gemak liep hij de bosjes in op zoek naar eten en een slaapplaats. Gelukkig hebben we alles gefilmd en kunnen we laten zien dat het echt is gebeurd.

En weer terug naar Loldia via de hele slechte weg die weer 2 uur zou gaan duren. Na een heerlijke douche na al het stof happen zijn we weer lekker bij de open haard gaan zitten en hebben daarna weer van het diner genoten. Als extra toetje hebben we nog een irish coffee genomen en nog wat gekletst met de gastvrouw en een vriendin van haar. Morgen weer lekker uitslapen en een dagje rust voordat we gaan vliegen naar de Masai Mara.

Dag 9. Zondag 2 december: Masai Mara

Vandaag een deel van de dag rust. Lekker uitslapen, in de tuin ontbijten en daarna in de ligstoelen op het gras in de zon een boekje lezen. Na de lunch gingen we om 15.00 uur naar de airstrip. Dit is een dorre vlakte waar kleinere vliegtuigen mogen landen.

Om 15.15 uur kwam ons vliegtuigje aangevlogen. In dit vliegtuig passen ongeveer 12 mensen. Toen we wilden vertrekken, moesten we eerst wachten tot een jeep de wilde dieren van de landingsbaan had gejaagd. Met veel kabaal stegen we op. Het was een mooie vlucht met mooie uitzichten, maar wel erg benauwd.

Na ongeveer een ½ uur gingen we weer landen. Naast de landingsbaan op de Masai Mara stond Kevin al klaar. Hij had het ook gered om in 2 dagen bij de Mara aan te komen. We konden namelijk onze koffers niet meenemen in het vliegtuig, want je mag per persoon maar 15 kilo meenemen in softbags en wij hadden per persoon een harde koffer van 20 kilo + 1 extra koffer van 20 kilo. Kevin heeft dus 2 dagen met onze koffers moeten rijden zodat hij ook in de Masai Mara bij ons kan zijn inclusief onze koffers.

In de Mara liggen verschillende airstrips ongeveer 5 minuten vliegen van elkaar. Voor de toeristen een ideale manier van reizen, want ½ uur vliegen is veel comfortabeler dan 8 uur over de slechtste wegen van Kenia rijden in de jeep.

Weetjes over Masai Mara Nationaal Reservaat

Oppervlakte: 1.510 km²

De kortste afstand vanuit Nairobi bedraagt ongeveer 275 kilometer.

Masai Mara N.R. is zonder twijfel het populairste reservaat van Kenia. Het wildleven is er uitgebreid en zeer gevarieerd, er zijn honderden soorten vogels te bewonderen en je komt er oog in oog te staan met de Maasai, het nog immer tot de verbeelding sprekende Afrikaanse volk. Het reservaat werd in 1974 aangewezen als beschermd gebied. Tientallen grotere en kleinere riviertjes banen zich een wet door het gebied, heuvel- en berggebied wordt afgewisseld door grote moerassen.

In het westelijke gedeelte van het reservaat, aan de voet van het Esoit Oloololo gebergte, bevinden zich de grootste concentraties wilde dieren. Het is ook het moeilijkst begaanbare gedeelte, vanwege de aanwezigheid van de vele moerassen in dit gebied. Na zware regenval kun je een bezoek aan dit spectaculaire gedeelte van het reservaat dan ook wel vergeten. Het drukste gedeelte bevindt zich overigens nabij de Talek- en de Sekenani ingangen, vanwege de gemakkelijke bereikbaarheid vanuit Nairobi door dagjesmensen. De drukte nabij de Olaimutiek ingang kan variëren, afhankelijk van de belangstelling voor het daarbij gelegen Maasai dorp. Vaak komt deze drukte vanuit het park, de ingang wordt nauwelijks als zodanig gebruikt.

De rivier die het gebied op grote schaal en gedurende het gehele jaar van water voorziet is de Talek. Aan de belangrijkste vertakking hiervan, de Mara, dankt het reservaat zijn naam. Langs de Mara, die door de lokale bevolking Enkipai genoemd wordt, loopt een weg die je in de gelegenheid stelt om veel van het gevarieerde landschap en van de wilde dieren te zien. De aanwezigheid van al het water trekt uiteraard veel wilde dieren aan. Het Serengeti National Park in Tanzania vormt een geheel met het Masai Mara N.R. Duizenden dieren, gnoes, zebra’s en antilopen komen gedurende de droge tijd vanuit de Serengeti om tijdelijk in Masai Mara te verblijven. Men spreekt over de ‘grote trek’ en het oversteken van de rivieren door al die beesten is een van de spectaculairste schouwspelen op aarde. Die oversteek vindt plaats in juli/augustus en het is niet verwonderlijk dat er dan geen hangmat meer voorradig is in en rond het reservaat.

Als je denkt aan een willekeurig Oost-Afrikaans dier, dan vind je deze in het Masai Mara N.R. Olifanten, zwarte neushoorns (hoewel het soms moeilijk is om deze te vinden), giraffes, luipaarden, jachtluipaarden, buffels, gnoes, zebra’s, impala’s, gazellen: je noemt ze maar en je krijgt ze in dit reservaat voor de lens. Niet te vergeten: de grootste concentratie leeuwen in Kenia vind je in het Masai Mara N.R. Waar zowel wild is zijn ook veel opruimers. Jakhalzen en hyena’s op de grond, gieren vanuit de lucht. Natuurlijk leven er in de vele rivieren grote aantallen krokodillen. Vogels? Meer dan 450 soorten waaronder ruim 50 soorten roofvogels. In en vanuit het Masai Mara N.R. kunnen ook wandel- en nachtsafari’s worden ondernomen.

We gingen nog een uur gamedriven voordat we naar ons nieuwe kamp gingen. Een overdaad aan dieren: wilde zwijnen, gieren, topi’s, buffels, gnoes, zebra’s, vogels, antilopen, leeuwen, olifanten, zwarte neushoorns en bavianen. Ze zeggen hier ook altijd door de vele dieren: de dieren heten jullie welkom op de Masai Mara.

Na de gamedrive zijn we naar ons nieuwe tentenkamp gereden: Olonana. Je komt aanrijden, maar je ziet nergens gebouwen, alleen bomen en struiken. Het kamp ligt hierin verscholen aan de Mara rivier. De tenten liggen ook aan de rivier waar krokodillen en nijlpaarden in leven. De tenten zijn heel mooi en luxe ingericht. Een erg vervelende slaapplaats! Een lekkere warme douche en op naar het eten. Een Afrikaanse BBQ. Heerlijk gegeten en nog lekker bij de openhaard gezeten. Morgen een vroege drive dus om 6.00 uur thee met koekjes op bed met uitzicht op de rivier.

Dag 10. Maandag 3 december: Masai Mara

In alle vroegte, het was zelfs nog donker, werden we gewekt door Maurice, onze “kamerjongen”, met thee, warme chocomelk en chocolademuffins. We hadden goed geslapen want het bed was heerlijk. Om 6.30 uur vertrokken we voor een ochtend gamedrive. Lekker in alle rust wakker worden en diertjes zoeken.

Wat hebben we zoal gevonden: maraboe, antilopen, Masai giraffen, buffels, zebra’s, olifanten, gnoes, waterbokken, nijlpaarden, krokodillen en een leeuw die pas een gnoe had gegeten en nu haar prooi in de bosjes ging verstoppen om op adem te komen en morgen ook nog een lekker maaltje te hebben.

Weetjes over de Maasai

De Maasai vormen misschien wel het bekendste volk van Afrika. Hun rijzige gestalte, hun strijdlust, hun kleurrijke kleding en hun, voor Europeanen vreemden riten en gewoonten, zijn door de eeuwen heen aanleiding geweest tot spannende verhalen bij de open haard. Niemand weet waar ze precies vandaan komen. Maasai betekent: hij die de taal van de Maa spreekt. Nu heeft men nimmer vast kunnen stellen wie of wat de Maa waren en met gaat er dan ook van uit dat het een van de vele Nilotische volkeren geweest is die in de loop van de tijd verdwenen zijn, samengesmolten met andere volkeren. Evengoed spreken ze hun eigen taal. Ze kwamen in de 17e eeuw uit Noord-Afrika met hun kudden, de Nijlvallei volgend. Binnen het Maasaivolk kent men weer diverse andere volkeren zoals de Ilkisongo, hoewel dit waarschijnlijk stammen zijn in de zuivere betekenis van het woord, ze komen voort uit één stamvader.

De Maasai bewonen in hoofdzaak het zuidelijke gedeelte van het land op de rand van de provincies Central en Rift Valley. Vroeger hadden ze veel meer ruimte ter beschikking, maar sinds Masai Mara N.R. voor het belangrijkste gedeelte voor hen verboden gebied is, bewonen ze een aanmerkelijk kleiner oppervlak, grensoverschrijdend met Tanzania. Vroeger leefden ze ook meer noordelijk, maar het opdringen van de Kikuyu en vooral de sterke achteruitgang van de Maasai aan het einde van de 19e eeuw als gevolg van hongersnoden en runderpest, dreef hen zuidwaarts. Met het benoemen van het Masai Mara N.R. tot beschermd gebied was het voor velen afgelopen met het traditionele bestaan. Het was uitgesloten dat de jongeren na hun besnijdenis een dorp voor zichzelf bouwden, er was simpelweg geen ruimte meer voor. Maasai hebben immer een zwervend bestaan geleid, steeds op zoek naar voedsel voor hun vee. De Keniaanse regering heeft een poging gedaan om het volk op een vaste plaats te vestigen. Daarin is men slechts ten dele geslaagd.

De Maasai zijn bekend geworden als gevolg van het feit dat ze zich ophielden op die plaatsen die veel door toeristen bezocht werden en op de plaatsen waar de handelskaravanen langskwamen. Ze kleden zich op eigen wijze en ze hebben hun eigen zeden en gewoonten. Ze zijn opvallend lang en vaak knap van uiterlijk. Ook hun levenswijze gaf aanleiding tot verhalen die de wereldpers haalden. Wie weet niet dat ze bloeddorstig waren? Maasai dronken het bloed van hun beesten. Wie kent niet hun kracht? De Maasai waren onoverwinnelijk. Hun speren troffen altijd doel. Wie was niet bang voor de roofzucht van de Maasai? Na hun vele strooptochten kwamen ze altijd rijk met buit beladen terug in hun kralen.

Tegenwoordig verdwijnen vele oude tradities in hoog tempo. De jongens worden er niet meer op uit gestuurd om een leeuw te doden om te bewijzen dat ze volwassen, ‘moran’ geworden zijn. De inwijdingsrituelen zijn vervaagd, hoewel er duidelijke fasen zijn in het elven van vooral de man. Zo wordt bijvoorbeeld een jongen omstreeks zijn vijftiende jaar besneden, wordt daardoor krijger en mag zijn eigen speren dragen, zijn eigen kleurrijke kleding dragen en zijn eigen beschilderingen hebben. Bij de vrouwen is er geen overgang in levensstadia. De meisjes huwen nadat is gebleken dat ze in staat zijn om kinderen te krijgen.

Binnen de Maasaigemeenschap zijn de taken dus strikt verdeeld, nog precies zo als in vroeger dagen. Het valt op dat de zwaarste taken zijn weggelegd voor de oudere vrouwen: hutten bouwen, zorgen voor voedsel en brandhout, water halen, soms van heel ver. Hoeden van het vee is een taak voor de jonge jongens, nog niet oud genoeg om krijger te zijn. Ze worden daarbij geassisteerd door de oudere meisjes voordat deze huwen. De krijgers trekken er echter niet langer op uit om vee (terug) te roven, dus doen ze weinig meer dan ‘krijger’ zijn, waarbij het bedrijven van de liefde een van hun voornaamste bezigheden is. Het krijgersvak is opgehouden te bestaan. Veel mannen trekken naar elders om hun geluk daar te beproeven, maar doorgaans keren ze na kortere of langere tijd weer terug naar hun volk. Het seksleven van de Maasai wordt beheerd door de vrouw, die doorgaans meerdere minnaars heeft. Ze is daarbij volkomen vrij in haar doen en laten. Mannen en vrouwen vormen afzonderlijke en hechte gemeenschappen en worden nauwelijks in elkaars gezelschap gezien.

De Maasai leven van hun vee. Ze geloven dat alle vee op aarde hun eigendom is. Zelfs in hun groeten klinkt dat door: ‘Keserian ingishu?’, ‘hoe gaat het met het vee?’ Niets van het vee gaat verloren, zelfs de uitwerpselen worden gebruikt voor het dichten van hun huizen, van de urine worden medicijnen en schoonmaakmiddelen gemaakt. De Maasai kennen hun eigen handwerkslieden, hun producten zijn onmisbaar binnen de gemeenschap, maar hun aanzien is lager dan die van de overige leden van het volk. De geschiedenis van de Maasai kent vele heldendaden. Grensoverschrijdend met Tanzania was hun rijk ooit vijfmaal zo groot als de oppervlakte van België en Nederland tezamen. Een epidemie onder het vee en een pokkenepidemie onder de mensen decimeerde het bezit en het aantal leden van het volk aan het einde van de 19e eeuw. De krijgers, sterk in aantal geslonken, vormden een gemakkelijke prooi voor hun aartsvijanden, de Kikuyu, die zich voornamelijk ten noorden van het Maasai woongebied gevestigd hadden. 

Na het goede ontbijt zijn we naar een Maasai dorpje vlakbij ons kamp gegaan. Een beetje hetzelfde als de Samburu mensen maar de hutjes zijn groter en de Maasai hebben veel meer vee waaronder koeien en geiten en als waakdieren hebben ze honden. We hebben uitleg gekregen over het leven van de Maasai en over planten die ze als medicijnen gebruiken. Daarna nog wat souvenirs gekocht om het dorpje en de schoolkinderen te steunen. De lunch na het uitstapje van de Maasai was ook weer erg goed, maar wel erg veel.

Na de lunch hebben we een uurtje uitgerust en toen was het alweer tijd voor de gamedrive van 15.30 tot 18.30 uur. Het was redelijk rustig op de Mara, maar we zagen: olifanten, zebra’s, buffels, gnoes, vogels (waaronder een grote zwarte vogel met een rode zak onder zijn kin; de zuidelijke hoornraaf), springbokjes, jakhals, 3 slapende jonge mannetjes leeuwen, krokodillen, nijlpaarden, struisvogels, secretarisvogels, mangoesten, gieren, 2 slapende vrouwtjes leeuwen en 2 rustende mannetjes leeuwen (volwassen).

Helaas in Kenia dus geen cheeta’s, luipaarden, wilde honden en hyena’s gezien, maar gelukkig hebben we nog 11 dagen in Tanzania om het dierenlijstje verder vol te krijgen. Na de drive weer een lekkere warme douche, want het is niet zeker dat we die de komende dagen zullen hebben. Om 20.00 uur naar het diner. Het was zoals gebruikelijk weer erg goed. Nu is het weer bedtijd, want morgen gaat wederom om 6.00 uur de wekker, om 6.30 uur ontbijten en om 7.00 uur rijden richting de grens naar Tanzania voor het tweede deel van de vakantie.

Dag 11. Dinsdag 4 december: Lake Victoria

Na een laatste nacht in Kenia is vandaag de dag gekomen om afscheid te nemen van dit mooie land. Om 6.30 uur zaten we aan ons ontbijt en om 7.00 uur vertrokken we voor een hobbelige weg naar de grens. Kevin had wat extra dagen met ons meegereisd, dus die wilde zo snel mogelijk naar huis. Is begrijpelijk dus daar hadden we begrip voor.

We zijn door de bergen gereden via een weg die alleen locals nemen en heel af en toe een toerist. De kinderen die we onderweg zagen, waren ook heel enthousiast om ons te zien.

Na 3 uur rijden bereikten we de grens. Eerst wat formulieren invullen en met de jeep de grens over. Ook daar weer formulieren invullen en toen konden al onze spullen overgeladen worden in de jeep van Amani, onze gids in Tanzania van Leopard Tours. Nog snel afscheid genomen van Kevin en op naar Lake Victoria. Het landschap was heel anders. Heel erg veel robuuste rotsen, maar dit stuk nog heel groen.

Weetjes over Lake Victoria

Omgeven door Kenia, Oeganda en Tanzania ligt, op ruim 1.100 meter hoogte, Afrika’s grootste meer. Na het Titicacameer, op de grens van Peru en Bolivia in Zuid-Amerika, het op een na grootste zoetwaterreservoir ter wereld. Met z’n 68.800 km² is Lake Victoria bijna net zo groot als België en Nederland tezamen. Het wordt door omwoners ook wel Ukerewe meer genoemd, net zoals het tot Tanzania behorende gelijknamige eiland (dat z’n naam weer ontleent aan het Kerewe-volk). De oorspronkelijke naam was echter Nyanza. De verdamping van het grote wateroppervlak zorgt voor overvloedige regens in de kuststreek van het meer waardoor deze tot de vruchtbaarste van Afrika behoort. Op z’n diepst is het ongeveer 75 meter en het bevat vele eilanden. De bevolking in de aangrenzende gebieden leeft van de visvangst, het meer herbergt een onvoorstelbare hoeveelheid vis in grote verscheidenheid.

Lake Victoria is slechts gedeeltelijk ontstaan als gevolg van dezelfde aardbewegingen als die welke de Afrikaanse slenk (Rift Valley) tot gevolg had. Het staat vast dat er op dezelfde plaats al meer dan 20 miljoen jaar geleden een meer was. Het was de ontdekkingsreiziger Speke die als eerste blanke het meer aanschouwde. Het duurde tot 1875 alvorens een andere beroemde ontdekkingsreiziger, Stanley, het gelijk van Speke bewees dat de Nijl zijn oorsprong vond in Lake Victoria. Dat was alleen mogelijk door vanaf de Ripon Falls, via Murchison Falls de ruim 6.600 kilometer lange tocht naar de Middellandse Zee af te leggen, over en langs de Nijl.

Het meer is ook van betekenis voor de verbinding tussen de diverse landen. In vroeger tijd was het zelfs veiliger om het meer over te steken met een bootje dan er omheen te trekken, ondanks het gebrek aan navigatiemethoden en het verraderlijke weer. Tegenwoordig zijn er veerdiensten vanuit Mwanza naar zowel Kenia als Oeganda.

Na 2 ½ uur rijden was het tijd voor onze lunchboxen. Voor de verandering weer kip. Na de lunch was het nog een klein ½ uur naar Lake Victoria en dan speciaal Speke bay waar onze lodge lag voor 1 nacht: Speke Bay Lodge. Deze lodge/tentenkamp is van een Nederlands gezin die hier al 13 jaar zitten. Zag er allemaal netjes uit en we hebben de rest van de middag lekker uitgerust op ons terrasje met meerzicht. Het avondeten was weer goed en ook hier waren we de enige gasten. Morgen weer een lange reis, dus maar weer op tijd naar bed.

Dag 12. Woensdag 5 december: Serengeti

Na een goede nachtrust en een goed ontbijt vertrokken we om 8.00 uur naar de gate om Serengeti National Park in te gaan. Bij de gate zaten er een aantal apen op onze jeep die wel interesse hadden in wat eten. Gelukkig hebben we ze uit de jeep weten te houden.

Weetjes over Serengeti National Park

Oppervlakte: 14.763 km²

De naam Serengeti komt van het Maasai woord siringet, hetgeen zoveel betekent als ‘eindeloze vlakte’. Daarmee wordt de spijker op de kop geslagen. Het Serengeti National Park bestaat uit eindeloze grasvlakten, met zowel hoog als laag gras, slechts afgewisseld door acacia’s en kopjes. Dat lijkt op een Nederlands woord en het is dan ook afkomstig uit het Zuid-Afrikaans. Het zijn ogenschijnlijk bergen grote kiezelstenen die nogal slordig op elkaar gestapeld zijn. Vroeger lagen de kopjes onder de grond, erosie heeft er door de eeuwen heen voor gezorgd dat de zachte grond eromheen verdween. In de omgeving van de kopjes is veelal wat meer begroeiing en wild en gevogelte mag graag in de omgeving ervan vertoeven. De kopjes zelf zijn vaak zeer grillig van vorm en soms buitengewoon fotogeniek. Bovendien worden ze gebruikt als oriëntatiepunten in de eindeloze vlakten.

Het Serengeti National Park was het eerste dat als zodanig werd aangewezen (1951). Het is het grootste nationale park van Tanzania en wereldberoemd vanwege de grote verscheidenheid aan wild.

Men spreekt over miljoenen dieren die hier hun thuisbasis hebben en er zijn meer dan 500 soorten vogels waargenomen. Regelmatige tellingen van het wild tonen indrukwekkende cijfers. De gnoe is zonder twijfel de meest voorkomende diersoort. Tijdens de periode dat ze in het park verblijven zijn er meer dan 1,5 miljoen! De zebrapopulatie loopt langzaam terug, maar nog steeds zijn er zo’n 150.000 van in het park. Het aantal buffels wordt geschat op meer dan 25.000. Ook de diverse soorten gazellen zijn goed vertegenwoordigd. De thompson gazelle is het talrijkst, het aantal daarvan wordt geschat op ruim 200.000. Verder leven er vele tienduizenden impala’s en grantgazellen. De giraffen kun je evenmin over het hoofd zien, met meer dan 8.000 stuks zijn ze nadrukkelijk aanwezig. Van de roofdieren ziet men de leeuw het meest, maar er zijn ook genoeg luipaarden en jachtluipaarden. Bij de aaseters valt de gevlekte hyena het meest op. De moeite waard is ook zeker de Retima hippopool, de nijlpaarden liggen hier bijna opgestapeld. Voor olifanten kun je het beste een bezoek brengen aan het noordwestelijke gebied, dat overigens ook zeer rijk aan ander (groot) wild is. Omstreeks september passeren hier de dieren op hun grote trek.

Het begin van de Serengeti is heel mooi groen door de grote hoeveelheid regen die er is gevallen. Daarna wordt het al snel dor. We konden in de Serengeti genieten van de migratie van de gnoes en de zebra’s. In grote getallen vlogen ze over de weg naar een ander gedeelte van de Serengeti.

Er leven ruim een miljoen gnoes en ongeveer 200.000 zebra’s in de Serengeti en wij hebben er daar ook heel veel van gezien. Overal weer je keek, zag je ze wel grazen of lopen.

Welke dieren hebben we vandaag allemaal nog meer gezien: roofvogels, olifanten, Masai giraffen, bavianen, nijlpaarden, krokodillen die al aardig wat gnoes hadden verdronken en erbij op wacht lagen, hyena’s, allerlei vogels, antilopen, leeuwen, zebra’s die in een hele grote groep water aan het drinken waren en maraboes. Op een gegeven moment moesten we plassen, maar in de Serengeti zijn niet overal zomaar toiletten. Achter een bosje dus en mar hopen dat de leeuwen ons met rust zouden laten.

De lunch was ook op een erg aparte plek. Middenin de Serengeti onder een grote boom naast de gnoes en zebra’s. We konden gewoon uitstappen zonder dat we werden lastig gevallen.

Na een lange dag kwamen w om 17.00 uur in de middle of nowhere aan bij ons mobiele kamp: Exclusive Mobile Camp. 7 grote tenten voor de gasten, 2 tenten voor het diner en kleinere tenten voor het personeel. Dit kamp verplaatst zich iedere 3 maanden met de migratie van de dieren mee. Er zijn wel vaste kampeerplaatsen waar mobiele tentenkampen mogen staan, maar het is wel heel apart. Een warme douche en een echt toilet in elke tent; een echte luxe hier.

Voor het avondeten werd er een kampvuur voor ons gemaakt waar we een drankje bij konden nemen. Daarna het diner; het was weer heerlijk. Na een laatste borrel bij het kampvuur was het tijd om terug te gaan naar de tent. We hoorden al wat hyena’s roepen dus we zijn erg benieuwd welke geluiden we vannacht weer horen. Ik hoorde volgens mij net nog een leeuw brullen en regelmatig komen hier olifanten voorbij, want ook hier liggen we bij de rivier. Morgenvroeg zullen we het weten. Lala Salama oftewel welterusten.

Dag 13. Donderdag 6 december: Serengeti

Een goede nachtrust met weinig dierengeluiden behalve de hyena’s en de leeuwen. De bedden slapen hier erg goed. De gehele dag gaan we door de Serengeti trekken op zoek naar de verschillende dieren en tussendoor ook nog lunchen op een picknick plaats. Om vanuit ons kamp naar de hoofdwegen te komen, moeten we ongeveer ½ uur rijden. Als eerste zagen we een groep van 6 mannetjes struisvogels. Daarna begon een lange rit door de droge vlaktes met alleen af en toe wat gazellen.

In de verte zagen we grote stenen. Dit zijn de Masai kopjes. Hier hebben vroeger de Masai gewoond voordat ze weggejaagd werden naar andere gebieden. Na de kopjes zagen we een hele tijd niks en ineens bovenop een berg onder een boom een grote groep leeuwen met de overgebleven resten van een zebra. De groep bestond uit een 11-jarig mannetje, 5 vrouwen en 3 kindjes van 2 maanden oud. De zebra hadden ze waarschijnlijk gisteren gevangen en blijven dan ongeveer 2 à 3 dagen bij het karkas om er nog van te kunnen eten. Wij waren de enige mensen bij hun dus we hebben in alle rust kunnen genieten van deze hele mooie groep. Daarna kwamen er we nog topi’s, gazellen en antilopen tegen.

We hoorden over de radio dat er een luipaard moeder gevonden was. Toen we eraan kwamen, zagen we alleen een grote boom. Met de verrekijker zagen we dat in een gat in de boom 2 baby’s van de luipaard moeder zaten, maar de moeder was nergens te bekennen. Ze hingen lekker in het gat te wachten tot moeder terugkwam van de jacht.

De lunch hadden we in het visitorscentrum middenin de Serengeti. Bij de picknick tafels liepen hele grote mangoesten. Overal probeerden ze wat eten te krijgen. Daar was ook een expositie over de Serengeti en zijn dieren. Na de lunch kwamen we een groep van 4 jonge mannetjes leeuwen tegen en een groep van 1 mannetje en 3 vrouwtjes. Daarbij zaten ook heel veel gieren, want de leeuwen hadden weer een karkas bij.

De middag gingen we verder op zoek naar de cheeta’s. Dus weer terug naar de dorre vlaktes waar ze jagen. Als eerste zagen we een serval, maar die was er zo vandoor. Toen in kleinere aantallen hyena’s. Ook zagen we een thompson gazelle die een minuut eerder een baby op de wereld had gezet. Het baby’tje lag plat op de grond zodat je hem amper zag. Goed voor de roofdieren, want die zien dit jonkie ook niet. De cheeta’s hebben we niet meer gevonden, dus morgen weer een poging. ’s Avonds hebben we bij het kampvuur nog gekletst met een Amerikaans gezin wat over de wereld aan het reizen was. Morgen weer heel vroeg eruit dus welterusten.

Dag 14. Vrijdag 7 december: Serengeti

Nog voordat de zon opkwam, waren wij al wakker: 5.30 uur. Lekkere warme chocomelk met koekjes voor de ochtend gamedrive en nog even snel genieten van de zonsopkomst. Wederom op zoek naar de cheeta’s vandaag.

Terug naar de dorre vlaktes. Op deze vroege ochtend zagen we heel veel hyena’s die op zoek waren naar eten. Ineens hoorden we het gelach van de hyena’s en kwam er eentje onze kan op gerend met een stuk vlees in zijn bek. De rest van de groep er gillend achteraan. Een erg leuk gezicht. We zagen ook nog een secretaris vogel voorbij lopen. Een groep van 5 giraffen was lekker aan de wandel op deze ochtend.

Om 9.00 uur gingen we terug naar het kamp voor het ontbijt. De rest van de ochtend nog wat gelezen en nog even een korte dut gedaan, maar die werd snel onderbroken door een regenbui. Op zo’n tent klinkt het altijd harder dan thuis, maar na de regenval was in het kamp er niks meer van te zien. De grond absorbeert alle regen meteen als een soort spons. Na de regen was het tijd voor de lunch. We kregen een pizza. Apart voor hier in Afrika, maar wel erg lekker.

Na de lunch nog even wat gelezen en toen gingen we de gamedrive maken van 15.00 uur tot ongeveer 18.00 uur. We hadden gehoord dat 2 cheeta’s aan het jagen waren, dus wij erop af. En jawel, daar lagen ze. Verscholen in het hoge gras op korte afstand van 2 thompson gazellen. Ze waren alleen erg lui en na 1 uur kijken en wachten, besloten we om toch maar verder te gaan op zoek naar andere dieren.

Bij de rivier kwamen we een hele grote groep buffels tegen en daarna 2 kuddes olifanten. De eerste kudde was ongeveer 7 olifanten groot en de tweede 6 olifanten. Ze waren druk aan het eten toen de eerste groep besloot om de weg over te steken precies achter onze jeep langs. Daarna kwam de tweede groep en die ging natuurlijk voorlangs. Ze merkten ons ook niet echt op en liepen op hun gemakt verder.

Iets verderop zagen we nog wilde vossen bij hun hol liggen. Ook was er een boom vol met maraboes en een aantal gieren. Daaronder lagen 3 jonge mannetjes leeuwen die we waarschijnlijk gisteren ook al hadden gezien.

Ineens begon het weer om te slaan en begon het heel hard te waaien. Al het stop waaide onze kant op en in de ogen van de leeuwen. De lucht werd donker en het was al 17.45 uur, dus we besloten om terug te gaan naar het kamp. Voor ons en achter ons zagen we donkere wolken waar flink wat regen uit viel. Zo hard we konden (maximale snelheid is hier 50 km per uur) reden we terug naar het kamp. Ineens zaten we middenin een hoosbui. De gehele weg was spekglad en de auto danste over de weg. Een aantal keren stonden we helemaal scheef op de weg, maar Amani wist de auto elke keer weer goed te corrigeren.

Ineens zagen we voor ons de jeep van de Amerikanen helemaal scheef staan op de weg, met zijn achterkant in een greppel waar de reservebanden in de modder staken en de achterwielen los hingen. De chauffeur stond al in zijn blote borst buiten in de stromende regen te zoeken naar een oplossing. Met veel moeite en de 4 WD wisten wij onze auto naast het pad te krijgen in het hoge dorre gras.

We hadden de auto tegenover die van hun gezet en met grote stalen kabels de 2 auto’s aan elkaar vastgebonden. Nu moesten we achteruit. De eerste keer lukte het niet, maar de tweede keer gaf Amani zoveel gas dat de andere jeep met een klap los kwam. Helaas was Amani vergeten om de auto van de handrem af te halen, dus die werkt waarschijnlijk niet goed meer.

Na de auto’s los gemaakt te hebben, reden we nog een stuk over het gras, maar daarna weer terug op de weg. Een aantal keren nog flink geslipt, maar uiteindelijk zonder verdere problemen in het kamp aangekomen. Na een snelle douche was het al tijd voor het avondeten, want we waren pas om 18.45 uur weer terug in het kamp. Het diner was weer erg lekker maar door de regen hebben we het kampvuur laten zitten. Morgenvroeg vertrekken we naar Ngorongoro en we zijn heel benieuwd wat we daar allemaal zullen zien.

Dag 15. Zaterdag 8 december: Ngorongoro

Het was me het nachtje wel. Net na het slapen gaan, rond 23.00 uur is het gaan regenen en zelfs gieten en is de rest van de nacht niet meer opgehouden tot ongeveer 5.00 uur. In een tent is dat erg hoorbaar dus het slapen is ons niet zo goed afgegaan. De hele tijd wakker worden van de grote hoeveelheid regen die op het tentdoek valt. Om 6.00 uur toch gewoon de wekker. De tent was helemaal droog behalve de voortent. Het zeil was helemaal nat en vies van de modder. Ondertussen was het gelukkig wel droog.

Na het ontbijt was het tijd om verder te reizen. Voor de Serengeti betaal je entree voor 24 uur, dus we moesten voor 9.15 uur eruit zijn, aangezien we om 9.20 uur een paar dagen geleden binnen zijn gekomen. Maar nu hadden we wel onwijs veel last van modder op de weg en dus geen houvast. Na veel slips en schuin hangen met de jeep op de ergste stukken, bereikten we uiteindelijk de hoofdweg van de Serengeti richting Ngorongoro. Hier is de weg van betere kwaliteit en dus minder last van modder.

Maar toen kwamen we 2 trucks tegen die bij wegwerkzaamheden vast zaten in de modder. Er was maar 1 optie: over de vlakte, maar daarvoor moesten we wel eerst de helling op om op de vlakte te komen. Weer helemaal schuit gehangen met de jeep, maar wel gelukt.

Om precies 9.15 uur kwamen we aan bij de poort en zijn we het Ngorongoro reservaat ingereden. Hier lopen gazellen, giraffen, antilopen, zebra’s, gnoes en we hebben ook jakhalzen gezien. Na een tijdje namen we een hobbelweg richting een museum. Dit museum laat de allereerste voetafdrukken van onze voorouders zien; de eerste op de gehele wereld. Het museum stelde niet zoveel voor, maar we hadden wel een mooi uitzicht op het gebied van de opgraving (Olduvai Gorge).

Weetjes over Olduvai Gorge

Het is geen plaats en het is geen park, het maakt deel uit van een wildreservaat maar het heeft niets met wild te maken. Iedereen die het noorden van Tanzania bereist bezoekt Olduvai Gorge. Misschien omdat we hier sporen van onze gezamenlijke voorouders vinden?

Op het eerste gezicht een afgraving, van belang voor de wegenbouw. Alleen de zware machines ontbreken en er staat maar één gebouwtje en dat is een museum. De naam Alduvai komt van het Maasai-woord Oldupai, de naam voor een stekelige, wilde sisalsoort en dat is precies wat je verwacht en ook vindt. In de diepte wandelen olifanten en overal zijn vogels te zien. Dus toch een park of reservaat? Midden in het Ngorongoro wildreservaat ligt Olduvai Gorge. Naast de stellige overtuiging van wetenschappers de mogelijke oorsprong van de mensheid.

De eerste fossielen in de Olduvai kloof werden in 1911 bij toeval ontdekt. Professor Kattwinkel, een Duitse entomoloog, deed er wetenschappelijk onderzoek naar vlinders in het gebied. Hij vond wat oude botten en stuurde ze naar Berlijn voor onderzoek. In opdracht van de Duitse keizer Wilhelm II bezocht een andere wetenschapper, professor Reck, de kloof in 1913 maar keerde onverrichter zake terug na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Pas in 1931 werd het onderzoek voortgezet door dr. Louis Leakey een archeoloog afkomstig uit Kenia, die, op bezoek in Duitsland, attent gemaakt werd op de oudheidkundige vondsten. Samen met professor Reck reisde hij af naar de Olduvai kloof en begon zijn onderzoek. Professor Reck hield het al snel voor gezien en Leakey zette vanaf 1933, samen met zijn vrouw Mary, het onderzoek voort. Ze hadden weinig succes, maar zetten door, ervan overtuigd dat er meer moest zijn dan hetgeen ze soms vonden. Hun graafwerkzaamheden werden pas na 28 jaar beloond. In 1959 vond Mary de kaak van de vroegste man, de Australopithecus Zinjanthropus Boisei, bekend geworden als de ‘notenkrakermens’. In 1960 vonden ze fragmenten van de homo habilis. Hoewel ze beiden in dezelfde periode moeten hebben geleefd (1,75 – 2 miljoen jaar vóór het begin van onze jaartelling) gaat men ervan uit dat, gezien de grotere schedelinhoud van de laatstgenoemde, deze de voorvader van de mensheid moet zijn geweest. Oudere ‘voorlopers’ van de mensheid: de Australopithecus Africanus en de Australopithecus Robustus, moeten toen reeds uitgestorven zijn geweest. Australopithecus laat zich vertalen als: zuidelijke, op een aap gelijkend mens. In 1963 werden overblijfselen ontdekt van de homo erectus, de rechtopgaande voorloper van de mensheid, aanmerkelijk jonger: ‘slechts’ 1 tot 1,5 miljoen jaar oud. De geschiedenis van Olduvai is tot ruim twee miljoen jaar geleden achterhaald.

Louis Leakey overleed in 1972 en Mary zette het werk alleen voort. Daarbij verlegde ze haar werkterrein naar zuidelijker streken. In Leatoli vond ze in 1979 de voetsporen van nog veel oudere ‘wezens’: een man, een vrouw en een kind, die rechtop gelopen moeten hebben. Onderzoek wees uit dat de afdrukken meer dan 3,5 miljoen jaar geleden zijn ontstaan. In 1984 beëindigde ze haar werk en vestigde zich weer in Kenia. Het werk wordt echter onverminderd voortgezet. De kloof is onder begeleiding toegankelijk maar is in feite alleen interessant voor degene die iets meer weet van archeologie dan de gemiddelde homo sapiens.

Behalve dat men ontdekkingen deed over het verleden van de mensheid, werden ook veel resten van dieren gevonden die reeds lang zijn uitgestorven. Zo werd ontdekt dat het dierenleven in Afrika veel uitgebreider moet zijn geweest. Ook heeft de natuur dieren laten verdwijnen, zoals een buffelsoort met hoorns van twee meter, kleine giraffes, diverse olifantensoorten, een drietenig paard en een reuzenschildpad, diverse zebra-, gnoe- en antiloopsoorten om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Alleen, de natuur deed er langer over dan de mensheid.

Een ander indrukwekkend natuurverschijnsel in het wildreservaat wordt gevormd door ‘Shifting Sands’, een soort duin, ongeveer 30.000 jaar geleden tijdens een uitbarsting van de vulkaan Ol Donyo Lengai gevormd uit as. Jaarlijks, gedurende het droge seizoen ‘wandelt’ de 100 meter lange en 9 meter hoge wal van as en zand gemiddeld zo’n 17 meter in oostelijke richting.

Omdat we nog wat tijd over hadden, konden we gaan kijken naar shifting sand. We hadden geen idee wat we gingen zien, maar we stemden ermee in. Na ongeveer 40 minuten rijden door en bij het gebied van de opgravingen, kwamen we een paaltje tegen met daarop 1960; het eerste punt waar het zand was gezien. We hadden weer geen idee waar Amani het over had, maar we reden maar verder. Weer een paaltje met 1979, en nog 1 weer een paar jaar lager. Zo kregen we nog 3 paaltjes, de laatste uit 2000. En ineens zagen we het: een grote berg grijs zand midden op de vlakte. Het bleek een soort van magnetisch vulkanisch as te zijn wat zich door de jaren heen als 1 grote berg heeft verplaatst. Was erg apart om te zien.

Na de lunch bij het museum moesten we nog een uurtje tijden naar het Ngorongoro Serena Hotel. Het was intussen weer gaan regenen. Het hotel ligt op de helling van de krater en onze kamers hebben uitzicht op het midden van de krater. Het is erg ver weg om dieren te kunnen zien, maar met een verrekijker moet het lukken. De rest van de dag hebben we op onze kamer doorgebracht; lekker wat lezen, slapen en genieten van het uitzicht.

Om 18.30 uur naar de bar voor een lekkere cocktail. Er zaten 4 mannen op trommels en een xylofoon muziek te maken. Om 19.15 uur gingen deze mannen een acrobatenshow geven. Salto’s, handstanden en koprollen. Erg leuk om te zien. Het diner was een combinatie van lopend buffet en a la carte. Smaakte erg goed. Daarna nog een afzakkertje in de bar met de muziek van de 4 mannen. Morgen gaan we in de ochtend naar de krater op zoek naar de dieren. Hopelijk zit het weer mee en hebben we geen last van grote regenbuien.

Dag 16. Zondag 9 december: Ngorongoro

Na een goede nachtrust deden we deze ochtend de gordijnen open en zagen alleen maar wolken. Helaas dus nog geen mooi uitzicht over de krater. Tijdens het ontbijt trokken de wolken weg en zagen we de krater mooi te liggen.

Weetjes over Ngorongoro wildreservaat

Oppervlakte: 8.288 km²

Omgeven door kraterwanden van meer dan 600 meter hoogte ligt de Ngorongoro krater, het gebied op aarde waarvan men zegt dat het het rijkst is aan dieren. Niet voor niets kreeg de krater door de loop van de tijd tal van bijnamen zoals: ‘Paradijs op aarde’, ‘Wereldnatuurwonder’, ‘Tuin van Eden’ en ‘Ark van Noach’. De krater maakt, met een oppervlakte van ongeveer 260 km², deel uit van het meer dan 8.000 km² grote Ngorongoro wildreservaat. De meeste bezoekers trekken uitsluitend de krater in, waar het gehele jaar alle wildsoorten te vinden zijn die in oostelijk Afrika voorkomen. Weinig dieren vertrekken uit het gebied, de omstandigheden in de krater zijn voor hen doorgaans ideaal te noemen, er is altijd water en gras in overvloed. Op hun ‘grote trek’ doen wel veel dieren uit andere gebieden de Ngorongoro aan.

Tot 1956 maakte het reservaat deel uit van het Serengeti National Park. De beide gebieden tonen dan ook veel overeenkomsten, met name de omstandigheden in het westelijke gebied van Ngorongoro zijn bijna identiek aan die in de Serengeti. Omdat het voor de Maasai, sinds ongeveer 1800 bewoners van dit gebied, onmogelijk was om voldoende weidegronden voor hun vee te vinden, werd in opdracht van de Britse regering het Ngorongorogebied afgescheiden en aangewezen als wildreservaat.

Een gedenkplaat bij de weg (in 1930 aangelegd en daarna weinig onderhouden) aan de rand van de krater markeert het graf van vader en zoon Grzimek, voorvechters voor het behoud van dit prachtige stuk natuur en makers van de film ‘Serengeti shall not die’. De film was van grote betekenis voor de aanzet tot bestrijding van de stropers in het gebied. De inhoud van de film is beschreven in het gelijknamige boek. In 1959 kwam zoon Michael om toen zijn vliegtuig tijdens een vlucht boven de krater neerstortte. Vader Bernhard keerde terug naar Duitsland, maar bepaalde bij testament begraven te willen worden naast zijn zoon.

De Maasai lagen hun kudden in het reservaat grazen en in de droge periode trekken ze ook de krater in. Dit volk is ook verantwoordelijk voor de naamgeving. Het komt van Ilkorongoro. Zo werden de krijgers genoemd die omstreeks 1800 het gebied veroverden op het Datongvolk. Ze deden dit door de Datong schrik aan te jagen met behulp van holle vaten die als bellen klonken. Het geluid ervan werd vertaald als: ‘koh-rohng-roh’.

Er leven naar schatting 30.000 dieren in de krater, maar voor veel mensen die er een bezoek aan brengen is het een toch wat tegenvallende ervaring. Te veel bezoekers geven de krater soms het aanzien van een gewone dierentuin. Als er een dier ontdekt wordt dat betrekkelijk zeldzaam is, bijvoorbeeld een neushoorn, geven de chauffeurs dit aan elkaar door (men is verplicht om een chauffeur/gids te nemen die een licentie heeft om in het reservaat te mogen rijden) en binnen korte tijd staan er vele 4WD rond het gebied waar de neushoorn zich bevindt.

Het weer in de krater kan zeer wisselvallig zijn en er valt veel regen, soms in de vorm van (korte) stortbuien. In april en mei is het vrijwel onbegonnen werk om een bezoek aan de krater te brengen, maar in principe ben je er het gehele jaar welkom. De nacht dien je buiten de krater door te brengen en op de kraterrand zijn dan ook diverse overnachtingsmogelijkheden. Het uitzicht vanaf de rand op de krater is adembenemend. Het kan zowel op de rand, die op sommige plaatsen tot bijna 2.300 meter hoog reikt, als in de krater behoorlijk koud zijn. In de droge tijd daarentegen loopt de temperatuur in de krater tot hoge waarden op en schijnt de zon zeer fel. Bij helder weer kun je vanaf de kraterrand diverse bergen zien die hoger zijn dan 3.000 meter, t.w. de Lolmalasin (3.648 meter), de Oldeani (3.188 meter), de Lemagrut (3.132 meter), de Makarot (3.130 meter) en de Olmoti (3.099 meter). Niet alleen een bezoek aan de krater, ook de rit erheen is een grootste belevenis.

In 1978 verklaarde Unesco de Ngorongoro krater tot werelderfgoed van de mensheid.

Om 8.00 uur vertrokken we richting de krater. Er is slechts 1 ingang en 1 uitgang en dit zijn beiden hele smalle en steile weggetjes met een hellingshoek van 25 graden. De krater is een mooi groen gebied met 1 groot kratermeer en nog een aantal kleine poeltjes. In het meer zitten flamingo’s en nijlpaarden. Verder hebben we vandaag gezien: zebra’s, gnoes, grand gazelle, thompson gazelle, antilopen, hyena’s, jakhalzen, gieren, kroonkraanvogels, buffels, leeuwen, vogels en een cheeta. Er zitten ook zwarte neushoorns, maar die hebben zich vandaag niet laten zien. Op het einde zaten er ook nog apen.

Omdat er nooit op de dieren in de krater gejaagd is, zijn ze ook helemaal niet schuw. Een buffel stond midden op de weg en de jeep die hem voorbij wilde, werd gewoon aangevallen. De hyena’s lopen voor de jeep vooruit op een drafje en zijn niet van plan om opzij te gaan. De gnoes en vooral de zebra’s blokkeren de gehele weg en gaan met veel pijn en moeite 1 stapje opzij zodat wij er langs kunnen, maar je kunt ze op dat moment ook gewoon aaien.

Na 4 uurtjes rijden heb je de krater wel gezien en daardoor hadden we na de lunch de middag aan onszelf. Lekker wat gelezen in de lounge bar met uitzicht op de krater. Morgen trekken we verder naar Lake Manyara wat maar 1 ½ uur – 2 uur rijden is. We mogen morgen dus wel lekker wat langer uitslapen.

Dag 17. Maandag 10 december: Lake Manyara

De koffers zijn weer gepakt, het ontbijt zit er weer in en om 9.00 uur vertrokken we richting Lake Manyara. Door de bergen van de krater kwamen we aan de andere kant van de krater uit waar een snelweg lag die 2 jaar geleden samen met de Japanners is aangelegd en zonder hobbels verloopt. Een verademing voor onze ruggen en billen.

Onderweg zijn we bij een winkel gestopt voor souvenirs. Uiteindelijk hadden we alles voor 1/3 van de vraagprijs. Om 11.00 uur kwamen we aan bij Kirurumu Tented Lodge; onze slaapplaats voor 1 nacht. Hier was het droog en gelijk een stuk warmer dan bij de krater. We zijn wat gaan drinken in de bar omdat onze tenten nog niet klaar waren. Een mooi uitzicht op Lake Manyara vanuit de bar.

De tenten zijn simpel van uitvoering, maar met toilet, douche en stromend water. Helaas geen mooi uitzicht.

Weetjes over Lake Manyara National Park

Oppervlakte: 320 km²

Aan de voet van de westelijke arm van de Rift Valley ligt het Lake Manyara National Park, met z’n 320 km². Waarvan 2/3 water is, één van de kleinste nationale parken in Tanzania. Manyara is het Maasai-woord voor penseelplant, een opgaande struik die door het volk gebruikt wordt om afscheidingen van te maken. Een veelbezocht park vanwege een paar vreemde kostgangers: de boomklimmende leeuwen, maar de laatste jaren loopt het bezoekersaantal snel terug. Dat heeft een drietal redenen.

Het meest opvallende in het park zijn dus de boomklimmende leeuwen. Veel mensen bezoeken het park om deze dieren te zien, maar als je ze al te zien krijgt liggen ze, zoals de meeste leeuwen, slapend in een boom die slechts op afstand te zien is. Ze zijn dus niet gemakkelijk te vinden en als je er speciaal voor naar het park gaat is de teleurstelling daar, want bijna niemand heeft gelegenheid om het morgen nog eens te proberen.

In het park leefde een naar verhouding grote kudde olifanten. Nu laten deze dieren toch al een spoor van vernield bos of kreupelhout achter, als ze met teveel op een te kleine oppervlakte leven maken ze hun graasgebied groter en dat vonden de boeren in de omtrek niet leuk. Er werd dus uitgebreid jacht gemaakt op de olifanten, ze werden gedood of verjaagd naar andere gebieden. In het zuidwesten van het park zijn ze echter nog volop aanwezig en met een beetje geluk kun je ze ’s avonds de helling van de slenk zien beklimmen, waar ze in het bos de nacht doorbrengen. In de ochtend dalen ze weer af naar het park. Een extra aantal olifanten wandelde vroeger het park binnen in de tijd dat er in het aangrenzende Tarangire National Park weinig of geen water was. Echter, als gevolg van droogte gedurende een aantal jaren vonden ze ook weinig water in het Lake Manyara National Park en weken uit naar andere plaatsen.

Soms is het te droog en soms is het te nat in het park. De hippopool is door recente zware regenval in een tamelijk groot meer veranderd, waardoor het waarnemen van deze kolossen een stuk moeilijker geworden is.

Een bijzonder verschijnsel wordt ook gevormd door het grondwaterbos. In tegenstelling tot andere wouden krijgt dit bos slechts een klein gedeelte van het benodigde water via neerslag, dat soms overvloedig maar slechts gedurende korte tijd valt. Het onttrekt het water uit de bodem of liever gezegd uit het water dat via de hellingen naar het meer stroomt. Dat zakt weliswaar in de poreuze grond maar stuit al snel op een ondoordringbare rotsbodem waarna het via het bos langzaam naar het meer wordt afgevoerd. In het bos komen vele soorten bomen voor, een aantal ervan is gemerkt en bij de ingang van het park kun je een lijst krijgen met de namen van de bomen. Men vertelt je tevens op welke plaatsen je moet zijn om maximaal van je bezoek te kunnen genieten. Het is een van de weinige parken waar gevraagd wordt of je voor het wild of voor de vogels komt.

Het is vanzelfsprekend dat de watervogels een belangrijk aandeel vormen van de meer dan 350 soorten vogels die in het park aangetroffen zijn. Pelikanen, ibissen en vooral de beide flamingosoorten zijn overvloedig aanwezig, maar ook de zadelbekooievaar en de Afrikaanse lepelaar leven in dit gebied. In juni en juli 2004 vond een nog niet geheel verklaarde ramp plaats in het park. Er vond massale sterfte plaats onder de 3 miljoen kleine flamingo’s die zich aan het meer ophouden. Aanmaak van een natuurlijk gif door de flamingo zelf lijkt de belangrijkste oorzaak.

Na de lunch was het tijd voor een gamedrive in het reservaat bij Lake Manyara. Het is een heel mooi gebied met wel honderden of zelfs duizenden verschillende bomen en planten. Er zaten ook veel dieren: bavianen, blauwe apen, buffels, impala’s, flamingo’s, ooievaars, pelikanen, nijlpaarden, olifanten, giraffen, gnoes, roofvogels en heel veel andere vogels. Er zaten ook leeuwen, maar die hebben we niet gezien. Om 18.00 uur reden we het park uit terug naar de lodge.

Na een goed diner en een drankje in de lege bar, vonden we het tijd om terug te gaan naar de tenten. Nog lekker wat lezen en morgen nog wat uitslapen, want de laatste slaapplaats is maar iets van 2 uur rijden, dus er is geen haast. We zullen vannacht wel geen last hebben van wilde dieren behalve de koeien en de hanen van de dichtbij wonende bevolking.

Dag 18. Dinsdag 11 december: Tarangire

Helaas is het regenseizoen aangebroken en heeft deze regen de afgelopen nacht weer flink van zich laten horen. Gelukkig hebben we hier wel beter kunnen slapen dan in het EMC met die hevige regenbuien.

Weetjes over Tarangire National Park

Oppervlakte: 2.600 km²

Ten zuidwesten van Arusha National Park en zuidelijk van het Lake Manyara National Park ligt het Tarangire National Park. Ten onrechte een weinig bezocht park. Met name in het droge seizoen tref je hier alle soorten wild aan, op zoek naar water dat gevonden wordt in de Tarangire rivier die het park in de lengterichting doorsnijdt en waaraan het zijn naam ontleent. Een strook land langs de rivier is altijd groen en er zijn dan ook vrijwel altijd dieren te zien. Uiteraard is de beste tijd om de dieren te observeren vroeg in de morgen of in de namiddag.

Zoals bij de meeste andere parken werd Tarangire als National Park aangewezen omdat het niet mogelijk was om er vee te houden. De aanwezigheid van de tseetseevlieg verhindert dat.

Het park ligt op een gemiddelde hoogte van ruim 1.100 meter met een heuvelrug die op sommige plaatsen tot 1.400 meter reikt, maar er zijn over het algemeen slechts weinig heuvels die het uitzicht belemmeren, tenzij de kopjes meegeteld worden die in het park voorkomen, maar daar kun je gemakkelijk omheen. Het meest opvallend is de aanwezigheid van grote hoeveelheden baobabs, apebroodbomen, die met hun markante verschijning een extra cachet aan geven, goed voor prachtige plaatjes. Aan de bomen is duidelijk te zien dat er veel olifanten in de omgeving zijn. De dieren snoepen graag van de bast van de baobab en de meeste zijn dan ook behoorlijk beschadigd tot op (achterpoten staande) olifantshoogte. De boom trekt er zich weinig van aan en de kolos stelt de lekkernij zonder problemen aan vele generaties olifanten ter beschikking. Door de aanwezigheid van die grote kudden olifanten, hun aantal wordt geschat op 3.000 à 4.000, worden ook andere bomen zwaar beschadigd die er minder goed tegen kunnen en sommige soorten dreigen dan ook ten onder te gaan. Dat is overigens al gebeurd met een dierlijke kolos, de neushoorn. Het park, slechts enkele decennia terug nog goed voor honderden van deze dikhuiden, is leeggestroopt.

Doordat tijdens het regenseizoen de Tarangire rivier buiten haar oevers treedt, ontstaan gebieden die mbuga’s genoemd worden. Direct na de regentijd onbegaanbaar vanwege de gladheid, diepe scheuren vormend in de grond tijdens het droge seizoen. Goed voor een uniek plaatje. Door de grote hoeveelheden regen zijn de wegen slecht begaanbaar en veranderen ze nog al eens van plaats. Niet door natuurlijke oorzaken, maar door de 4WD die steeds op zoek zijn naar de gemakkelijkste manier om verder te komen. De wegen in het park laten veel te wensen over en in het regenseizoen is een 4WD het enige vervoermiddel dat je tijdig weer buiten het park brengt.

De vogelliefhebbers komen ook in dit park bijzonder veel van hun gading tegen. Onder de meer dan 300 geregistreerde vogelsoorten bevindt zich onder andere de reuzentrap, met z’n 12 kilo de zwaarste vliegende vogel ter wereld.

Om 9.30 uur vertrokken we naar Tarangire National Park. Omdat hier ook al regen was gevallen, zijn veel dieren hier weggegaan. Het is dus afwachten wat je zult tegen komen. Wat hebben we wel gevonden: olifanten, antilopen en nog wat kleiner spul. Ook staan hier heel veel baobab bomen. De lunch hadden we in een tentenkamp in het park. Hier hadden ze een zwembad met mini glijbaan en mooi uitzicht over het park. Helaas waren er hier ook geen dieren te zien, dus na de lunch zijn we maar meteen verder gereden. Verder zagen we nog: bokken, antilopen, zebra’s, heel veel vogels, hele grote groepen olifanten, een luipaard schildpad, giraffen, buffels en heel in de verte een groepje leeuwen.

Na de uitgang van het park was het nog 21 kilometer rijden naar onze lodge wat door het slechte wegdek een uur duurt voordat je er bent. Maar het was de moeite waard. Op een berg tussen baobab bomen en zonder hekken ligt het Tarangire Treetops Hotel. Het gebouw van de receptie, bar en restaurant is rondom een hele grote baobab boom gebouwd. Er ligt een zwembad bij en een drinkplaats voor de dieren. Helaas zullen we er geen dieren zien omdat die allemaal naar andere gebieden zijn getrokken.

Wij hebben een hele grote boomhut als kamer. Uitzicht over de vlakte met een heel groot bed, een zitje, een dubbele douche en een balkon met schommelstoelen. Na een lekkere frisse douche was het tijd voor het diner. Omdat het park niet is afgescheiden van de dieren met een hek, moet er altijd iemand van de beveiliging met je meelopen. De paden zijn verlicht met olielampen, maar we waren toch best blij met de zaklamp van de beveiliging. Voor het diner gingen we in de zitkuil zitten met een lekker vuurtje in het midden.

De buitenlucht is hier ’s avonds een stuk warmer dan in de meeste andere plaatsen waar we zijn geweest, dus we hadden het al snel warm. Het diner was redelijk goed en na nog een afzakkertje was het tijd om naar bed te gaan want morgen vertrekken we voor een gamedrive om 6.00 uur.

Dag 19. Woensdag 12 december: Tarangire

Na een lekkere maar korte nachtrust in de boomhut, stond om 5.30 uur al iemand van de bewaking voor de deur met thee. Helaas hadden ze hier nog niet van de koekjes gehoord. Om 7.45 uur stopten we bij een picknick plaats voor het ontbijt. Bacon, worstjes, gekookte eieren, croissants, yoghurt, sapje en thee of koffie waren geregeld. Het was een lekker ontbijt middenin het park.

En weer gingen we op zoek naar de dieren. Het viel wel tegen vandaag: steenbokjes, antilopen, zebra’s, buffels, olifanten, dikdiks, giraffen, mangoesten en wat apen. Om 12.45 uur waren we weer terug bij de lodge. De middag hadden we vrij, dus de zwemkleding aan, even lunchen en in de ligbedjes bij het zwembad liggen. We lagen net 2 seconden en het begon te druppelen. Het druppelen ging over in een flinke regenbui die na ongeveer ½ uur weer voorbij was. We gaven de moed niet op en gingen weer liggen. Helaas was dit ook van korte duur en kwam de regen weer met bakken uit de hemel.

Rond 16.00 uur zijn we terug gelopen voor een siësta naar onze boomhut. We sliepen net ½ uur toen het heel hard ging waaien en ook ineens de regen weer met bakken uit de hemel kwam. De regen liep binnen onder de deur door, door de muggenafscherming en zelfs tussen de voegen in het dak door. Na ruim een uur stopte het harde regenen en iets daarna was het weer droog. Gelukkig had het water de elektriciteit niet aangetast want het lekte gevaarlijk boven de stopcontacten. Het was al aardig afgekoeld dus het was tijd voor een warme douche. Daarna lekker wat gedronken in de bar en daarna naar het diner.

In de verte hoorden we een geluid wat we niet echt thuis konden brengen. Dit was het geluid van water wat met veel kabaal van bovenuit de bergen door de droogstaande rivieren stroomde. De regenval is dus erg goed voor het gebied om zo de dieren weer van vers water te voorzien en alle vegetatie weer mooi groen en bloeiend te maken. Na nog een afzakkertje zijn we naar bed gegaan. De nacht heeft het niet hard meer geregend.

Dag 20. Donderdag 13 december: Arusha

De laatste dag van de vakantie is aangebroken. We konden lekker uitslapen tot 8.00 uur en om 8.30 uur zaten we aan ons ontbijt. Om 12.00 uur hebben we hier nog de lunch, dus we hadden nog voldoende tijd voor de koffers in te pakken, te lezen en van de zonnestralen te genieten. Het geluid van de rivier is weg, dus hij zal wel weer ver droog staan. 13.00 uur: spullen inpakken en vertrekken.

1 ½ uur over een zandweg die gelukkig al ver opgedroogd was na de hevige regen. Onderweg ballonnen uitgedeeld aan de kinderen. Dit vonden ze helemaal geweldig. Uiteindelijk bereikten we de verharde hoofdweg. En toen kwam de regen weer. Het viel alweer met bakken uit de hemel. Overal ontstonden er druk stromende rivieren om de grote hoeveelheden water af te kunnen voeren. Als het hier regent, dan regent het ook gelijk extreem veel.

We zijn nog gestopt bij een hele grote toeristen souvenirs winkel. De prijzen waren sky high en er stond zoveel dat je door de bomen het bos niet meer kon zien. We waren er zo weer weg met lege handen. Toen kwamen we een 8-tal kleine winkeltjes tegen die daar pas net zaten. Er was niks te doen. Daar hebben we normale prijzen gekregen, lekker kunnen afdingen en heel veel kunnen kopen.

De laatste stop was in Arusha bij The Coffee Lodge. Hier was ook het afscheid van Amani. Hij mocht nu lekker naar huis en hij woonde hier vlakbij. In The Coffee Lodge hadden we nog 1 uur de tijd voor het diner voordat we naar het vliegveld zouden gaan. Het eten was er erg lekker dus we konden met volle magen naar het vliegveld. Mozes zou ons daar naartoe brengen in een busje en het zou ongeveer 1 uur rijden zijn.

We moesten door een deel van het centrum van Arusha. Het was er erg druk en overal waar je keek, zag je mensen dingen verkopen op straat. Van eten en drinken tot kleren. Het begon al wat donker te worden en dan valt pas op dat er helemaal geen buitenverlichting is en de meeste mensen in huis ook geen licht hebben. De rit was verder erg hectisch en we hebben 3x bijna een aanrijding gehad.

Toen we het vliegveld zagen liggen, waren we blij dat deze dolle rit erop zat. Zijn we eindelijk op het vliegveld Kilimanjaro, doen ze moeilijk over ons extra koffer. Gelukkig was dit snel opgelost, maar toen hadden we teveel kilo’s in onze koffers. € 30 per kilo betalen graag. Dat ging dus niet gebeuren dus wij de koffers open gemaakt en dingen in onze handbagage gestopt. Raar maar waar; dit kan dus. Bij de controle bij de gate bleek dat we nu schaartjes bij ons hadden, dus die moesten we afgeven.

Nou, we zaten eindelijk bij de gate en hadden al onze spullen bij ons. Wat een gedoe in dit land. Toen bleek ook nog eens dat we vertraging hadden. Maar ½ uur later dan gepland zaten we in het vliegtuig. Een stuk kleiner dan het vliegtuig waar we meer naar Kenia gingen. We hadden nog een tussenstop in Dar Es Salam. Dat is 1 uur vliegen, 1 uur wachten en dan naar Nederland.

Al met al waren we 11 uur onderweg, hebben we gelukkig 6-7 uur kunnen slapen en hadden we al onze koffers op Schiphol weer in ons bezit. Het was alleen een beetje koud in Nederland. We gingen van 35 graden naar 0 graden. We moesten zelfs krabben op P3. Na een ontbijt bij Van de Valk zijn we terug gereden naar Goirle waar alles nog op z’n plek stond en geen gekke dingen zijn gebeurd.

Een geweldige reis om zeker nog lang over na te praten.